Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 17 april 2009
ECLI:NL:HR:2009:BG4769Zaaknummer 42366
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 17 april 2009
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 42366
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Conclusie PG: In die conclusies worden per zaak de individuele aspecten daarvan behandeld, waaronder diverse formele kwesties. Het gaat daarbij onder meer om de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie, in de zaken 42.297, 42.363, 42.364, 42.365, 42.366, 42.367 en 42.368. In de zaak 42.367 speelt ook het formele aspect of de aanslag in de ingezetenenomslag door een bevoegde ambtenaar is opgelegd. Op de vraag aan welke eisen een aanslag(biljet) ten minste moet voldoen, wordt ingegaan in de zaak 42.365. In de zaak 42.363 geeft de A-G zijn visie op de reikwijdte van het in de Aanpassingswet derde tranche Awb II vervatte overgangsrecht, in het bijzonder op de (mogelijk) nog enige tijd voortdurende bevoegdheid tot het opleggen van aanslagen door daartoe in principe niet meer bevoegde ambtenaren. De bij deze conclusies behorende gemeenschappelijke bijlage behandelt de materiële houdbaarheid van de opgelegde aanslagen in de ingezetenenomslag. In de gemeenschappelijke bijlage komt A-G IJzerman tot de conclusie dat het waterschap in casu zijn bevoegdheid om ingezetenenomslag te heffen heeft gebruikt in overeenstemming met het recht. Met name is hier geen sprake van een willekeurige heffing. De A-G merkt op dat uit de procesdossiers blijkt dat over diverse jaren door vele belanghebbenden duizenden bezwaarschriften zijn ingediend gericht tegen de aanslagen in de ingezetenenomslag. Dit stuwmeer aan zaken zal mede het gevolg zijn van de activiteiten van A. Volgens persberichten van A betreft het inmiddels ruim 25.000 bezwaarschriften die 'onder de rechter liggen'. Wat er ook zij van het precieze aantal zaken, het zal duidelijk zijn dat de betrokkenen er belang bij hebben dat in de onderhavige zaken door de Hoge Raad richtinggevende uitspraken worden gedaan. De conclusie van de A-G strekt ertoe dat het beroep in cassatie in de zaak 42.297 niet-ontvankelijk, 42.363 gegrond, 42.364 niet-ontvankelijk, 42.365 ongegrond, 42.366 niet-ontvankelijk, 42.367 gegrond, 42.368 niet-ontvankelijk en 42.432 ongegrond dient te worden verklaard.
Volledige tekst
Uitspraak wordt niet gepubliceerd
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2009:BG4769 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2009:BG4769 Parket bij de Hoge Raad, 17 april 2009 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.