Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 14 november 2008
ECLI:NL:HR:2008:BG4235Zaaknummer 42096
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 14 november 2008
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 42096
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Artikel 4 Wet VB. Conservatoir beslag op banktegoed vormt geen waardeverminderende factor. Evenmin sprake van een schuld.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J.W.M. Tijnagel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2008.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Nr. 42.096
14 november 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 12 april 2005, nr. 03/00718, betreffende een aanslag in de vermogensbelasting.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is voor het jaar 2000 een aanslag in de vermogensbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
3. Beoordeling van de klachten
3.1. Het Hof heeft, na te hebben vastgesteld - in cassatie onbestreden - dat het onderhavige banktegoed een bezitting is als bedoeld in artikel 4 van de Wet op de vermogensbelasting 1964, met juistheid geoordeeld dat de omstandigheid dat hierop conservatoir beslag is gelegd geen waardeverminderende factor vormt en evenmin in aanmerking kan worden genomen als een schuld. De tegen laatstvermeld oordeel gerichte klachten falen derhalve.
3.2. Ook de overige klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J.W.M. Tijnagel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 14 november 2008.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2026:411 Parket bij de Hoge Raad, 17 april 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2026:421 Parket bij de Hoge Raad, 17 april 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2115 Gerechtshof Den Haag, 30 september 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2116 Gerechtshof Den Haag, 30 september 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2117 Gerechtshof Den Haag, 30 september 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2118 Gerechtshof Den Haag, 30 september 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2789 Gerechtshof Den Haag, 4 juni 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:278 Gerechtshof Den Haag, 21 februari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:9557 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 oktober 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:9558 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 oktober 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2020:2097 Gerechtshof Den Haag, 6 oktober 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2020:2821 Rechtbank Noord-Nederland, 21 juli 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2020:2814 Rechtbank Noord-Holland, 15 april 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:435 Gerechtshof Amsterdam, 18 februari 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3007 Gerechtshof Den Haag, 5 november 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3009 Gerechtshof Den Haag, 5 november 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:3535 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26 september 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2019:9725 Rechtbank Den Haag, 13 juni 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2019:665 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 februari 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2017:4135 Gerechtshof Den Haag, 12 december 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2014:56 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 januari 2014 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.