Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 31 oktober 2008
ECLI:NL:HR:2008:BF0715Zaaknummer C07/145HR
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2008
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C07/145HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Onrechtmatige daad. Koop door werknemer van door zijn werkgever aan bank verpande bedrijfsinventaris (81 RO).
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator en de bank begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 31 oktober 2008.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
31 oktober 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/145HR
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
1. Willem Winkel, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [A] B.V.,
kantoorhoudende te Drachten,
2. de coöperatieve RABOBANK BERGUM-OOSTERMEER e.o. U.A.,
gevestigd te Bergum,
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser], de curator en de bank.
1. Het geding in feitelijke instanties
De curator en de bank hebben bij exploot van 19 november 2002 [eiser] gedagvaard voor de rechtbank Leeuwarden en gevorderd, kort gezegd, primair [eiser] te veroordelen aan de curator te betalen een bedrag van € 20.085,22 met wettelijke rente vanaf 5 juli 2002 en buitengerechtelijke kosten en subsidiair te verklaren voor recht dat het pandrecht van de bank nog op de in de koopovereenkomst tussen [eiser] en [A] B.V. genoemde zaken rust en tot veroordeling tot afgifte van deze zaken onder verbeurte van een dwangsom.
[Eiser] heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft, na comparitie van partijen en tussenvonnis van 14 januari 2004 waarbij [eiser] is toegelaten tot bewijslevering, bij eindvonnis van 28 juli 2004 [eiser]s veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van betaling aan de curator te betalen een bedrag van € 20.085,22, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen de vonnissen van 14 januari 2004 en 28 juli 2004 heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. De curator en de bank hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij eindarrest van 20 december 2006 heeft het hof, na tussenarresten van 26 oktober 2005 en 31 mei 2006, in het principaal beroep de vonnissen van 14 januari 2004 en 28 juli 2004 vernietigd voor zover daarin aan de curator een bedrag van € 20.085,22 is toegewezen en, opnieuw rechtdoende, overeenkomstig de gewijzigde subsidiaire vordering van de curator en de bank voor recht verklaard dat het pandrecht van de bank rust - althans heeft gerust - op de in de koopovereenkomst tussen [eiser] en [A] B.V. d.d. 21 mei 2000 bedoelde zaken, [eiser] veroordeeld om tegen bewijs van kwijting aan de bank te betalen een bedrag van € 20.085,22 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 juli 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, het in hoger beroep meer of anders gevorderde afgewezen, en in het incidenteel appel het beroep verworpen.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de curator en de bank is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator en de bank begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 31 oktober 2008.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2008:BF0715 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
- ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ5531 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2008:BF0715 Parket bij de Hoge Raad, 31 oktober 2008 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHLEE:2006:AZ5531 Gerechtshof Leeuwarden, 20 december 2006 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.