Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 11 november 2008

ECLI:NL:HR:2008:BE9634Zaaknummer 01143/07

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
01143/07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voeging ad informandum. Het door het Hof in aanmerking genomen ad informandum gevoegde feit is vermeld op de inleidende dagvaarding. Het Hof heeft in zijn arrest overwogen dat verdachte dit feit tegenover de politie en ttz. van het Hof heeft erkend. Kennelijk bij vergissing is in de aanvulling van het verkorte p-v van de tz. in h.b. niet vermeld dat verdachte dit feit heeft erkend.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, de vice-president A.J.A. van Dorst, en de raadsheren J.P. Balkema, W.A.M. van Schendel en J. de Hullu, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 11 november 2008.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Geding in cassatie
  2. 2. Beoordeling van het middel
  3. 3. Beslissing

11 november 2008

Strafkamer

Nr. S 01143/07

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 14 november 2006, nummer 21/005047-05, in de strafzaak tegen:

[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [woonplaats].

1. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van het middel

2.1. Het middel klaagt dat het Hof bij de strafoplegging ten onrechte rekening heeft gehouden met een ad informandum gevoegd feit, nu uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet blijkt dat de verdachte het feit heeft bekend.

2.2. Het Hof heeft ten aanzien van de strafoplegging - voor zover hier van belang - het volgende overwogen:

"Het hof heeft tevens in aanmerking genomen de ter kennisneming gevoegde zaak ingeschreven onder parketnummer 16-356550-04, welk feit door verdachte tegenover de politie en ter terechtzitting van het hof is erkend."

2.3. Het staat de rechter na een berechting op tegenspraak vrij bij de strafoplegging rekening te houden met een ad informandum gevoegd feit indien op grond van de door de verdachte ter terechtzitting gedane erkenning aannemelijk is geworden dat hij dat feit heeft begaan, en indien voorts ervan mag worden uitgegaan dat het openbaar ministerie geen strafvervolging ter zake van dat feit zal instellen. Het gaat daarbij om erkenning door de verdachte van dat ad informandum gevoegde feit ten overstaan van de rechter die de straf oplegt.

2.4. Het door het Hof in aanmerking genomen ad informandum gevoegde feit is vermeld op de inleidende dagvaarding. Het Hof heeft in zijn arrest overwogen dat de verdachte dit feit tegenover de politie en ter terechtzitting van het Hof heeft erkend. Kennelijk bij vergissing is in de aanvulling van het verkorte proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet vermeld dat de verdachte dit feit heeft erkend.

2.5. Het middel mist feitelijke grondslag en kan daarom niet tot cassatie leiden.

3. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, de vice-president A.J.A. van Dorst, en de raadsheren J.P. Balkema, W.A.M. van Schendel en J. de Hullu, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 11 november 2008.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.