Uitspraak · Omgevingsrecht

Hoge Raad, 11 juli 2008

ECLI:NL:HR:2008:BD2712Zaaknummer C07/109HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/109HR
Rechtsgebied
Civiel recht, Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Onteigeningszaak; noodzaak tot (vervroegde) onteigening (81 RO).

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instantie
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Beslissing

11 juli 2008

Eerste Kamer

Nr. C07/109HR

RM/IS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

gevestigd te [vestigingsplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J.P. van den Berg,

t e g e n

PROVINCIE NOORD-HOLLAND,

zetelende te Haarlem,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. M.W. Scheltema.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en de Provincie.

1. Het geding in feitelijke instantie

De Provincie heeft bij exploot van 7 november 2006 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, vervroegd uit te spreken de onteigening van de in de dagvaarding omschreven onroerende zaken ten behoeve van de Provincie, met bepaling dat door inschrijving van het ten deze te wijzen vonnis in de daartoe bestemde registers het eigendom zal overgaan op de Provincie en het bedrag van de schadeloosstelling vast te stellen op € 161.900,-- dan wel € 144.000,--.

[Eiseres] heeft de vordering bestreden.

Bij vonnis van 7 maart 2007 heeft de rechtbank onder meer de gevorderde onteigening uitgesproken, het voorschot op de schadeloosstelling voor [eiseres] vastgesteld op € 161.900,-- en drie deskundigen en een rechter-commissaris benoemd.

Het vonnis van de rechtbank is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

[Eiseres] heeft tegen het vonnis van de rechtbank van 7 maart 2007 beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Provincie heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor de Provincie mede door mr. R.T. Wiegerink, advocaat bij de Hoge Raad.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 5 juni 2008 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Provincie begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 11 juli 2008.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.