Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 20 juni 2008

ECLI:NL:HR:2008:BD1383Zaaknummer C07/041HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/041HR
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Arbeidsgeschil over beëindiging van arbeidsovereenkomst tijdens proeftijd (81 RO).

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 juni 2008.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Beslissing

20 juni 2008

Eerste Kamer

Nr. C07/041HR

EV/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats],

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,

t e g e n

[Verweerster], handelende onder de naam [A] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. L.Ph.J. baron van Utenhove.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].

1. Het geding in feitelijke instanties

[Eiser] heeft bij exploot van 26 februari 2003 [verweerster] gedagvaard voor de kantonrechter te 's-Gravenhage en gevorderd, kort gezegd, te verklaren voor recht dat het aan [eiser] op 16 oktober 2002 gegeven ontslag nietig is en [verweerster] te veroordelen tot doorbetaling loon tot aan de dag dat de dienstbetrekking op rechtsgeldige wijze zal zijn beëindigd.

[Verweerster] heeft de vorderingen bestreden.

De kantonrechter heeft, na bij tussenvonnis van 24 september 2003 [verweerster] tot bewijslevering te hebben toegelaten en getuigenverhoren, bij eindvonnis van 28 april 2004 het gevorderde afgewezen.

Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 6 oktober 2006 heeft het hof het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 371,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 juni 2008.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.