Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 19 december 2008
ECLI:NL:HR:2008:BD0191Zaaknummer 42763
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 19 december 2008
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 42763
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Aanpassing algemene uitgangspunten en regels voor gevallen waarin een fiscale bestuurlijke boete in het geding is en de berechting in de cassatieprocedure niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden.
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof en die van de Inspecteur, en
vermindert de boete tot € 19.774.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen, C. Schaap, J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2008.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Nr. 42.763
19 december 2008
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van X Holding B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 november 2005, nr. BK-04/02942, betreffende een aan belanghebbende opgelegde boete.
1. Het geding in feitelijke instantie
Aan belanghebbende is over het tijdvak 1 januari 2001 tot en met 31 december 2001 een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, alsmede een boete. De boetebeschikking is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd.
Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 1 april 2008 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie, vernietiging van de uitspraak van het Hof en vermindering van de boete.
3. Beoordeling van de klacht
De klacht kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beoordeling ambtshalve van de duur van de procedure in cassatie
4.1. Ten aanzien van de gevolgen van een overschrijding van de redelijke termijn in strafzaken heeft de Hoge Raad zijn rechtspraak samengevat en aangepast in zijn arrest van 17 juni 2008, nr. S 01946/07, NJ 2008, 358. Ook zijn rechtspraak in belastingzaken verdient enige aanpassing, namelijk voor gevallen waarin een fiscale bestuurlijke boete in het geding is en de berechting in de cassatieprocedure niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden. In afwijking van onderdeel 4.12 van zijn arrest van 22 april 2005, nr. 37984, BNB 2005/337, zal de Hoge Raad bij het bieden van compensatie voor de hieruit voortvloeiende schending van artikel 6 van het EVRM voortaan de hierna onder 4.2 te vermelden uitgangspunten hanteren:
4.2. Toetsing door de Hoge Raad als feitenrechter
4.2.1. De Hoge Raad oordeelt in volle omvang over de eventuele overschrijding van de redelijke termijn (mede) als gevolg van het tijdsverloop ná de uitspraak waartegen beroep in cassatie is ingesteld.
4.2.2. De vermindering van de boete is afhankelijk van de mate waarin de redelijke termijn is overschreden.
4.2.3. In de gevallen waarin de redelijke termijn met niet meer dan twaalf maanden is overschreden wordt de boete verminderd:
1. met 5% bij een overschrijding van de redelijke termijn met zes maanden of minder;
2. met 10% bij een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan zes maanden doch niet meer dan twaalf maanden;
een en ander met dien verstande dat:
- de omvang van de vermindering in deze gevallen niet meer bedraagt dan € 2500, en
- geen vermindering wordt toegepast indien het gaat om een boete die minder beloopt dan € 1000. De Hoge Raad zal in een dergelijk geval volstaan met het oordeel dat de geconstateerde verdragsschending voldoende is gecompenseerd met de enkele vaststelling dat inbreuk is gemaakt op artikel 6, lid 1, van het EVRM.
4.2.4. In de gevallen waarin de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden is overschreden zal de Hoge Raad naar bevind van zaken handelen.
4.3. In deze zaak is beroep in cassatie ingesteld op 22 november 2005. Het tijdsverloop sindsdien tot het moment dat de Hoge Raad in deze zaak arrest wijst, levert wat de cassatieprocedure betreft een overschrijding op van de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden, evenwel met zo weinig meer dan twaalf maanden dat de Hoge Raad geen aanleiding vindt de boete met meer dan 10% te verminderen.
5. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie ongegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof en die van de Inspecteur, en
vermindert de boete tot € 19.774.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.W. van den Berge als voorzitter, en de raadsheren C.J.J. van Maanen, C. Schaap, J.W.M. Tijnagel en A.H.T. Heisterkamp, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2008.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2008:BD0191 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHARL:2026:6174 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 september 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBGEL:2026:8049 Rechtbank Gelderland, 2 september 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:2432 Gerechtshof Den Haag, 16 juli 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2026:1691 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 maart 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:7802 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 december 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4281 Raad van State, 23 oktober 2024 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4284 Raad van State, 23 oktober 2024 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2024:4174 Raad van State, 16 oktober 2024 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:5853 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1398 Gerechtshof Den Haag, 14 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:1477 Gerechtshof Den Haag, 6 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:853 Hoge Raad, 14 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:3792 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2024:2331 Rechtbank Noord-Nederland, 30 mei 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:3357 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 mei 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:CBB:2024:329 College van Beroep voor het bedrijfsleven, 7 mei 2024 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:CBB:2024:316 College van Beroep voor het bedrijfsleven, 30 april 2024 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:679 Hoge Raad, 26 april 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:HR:2024:50 Hoge Raad, 19 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:434 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 januari 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:2466 Gerechtshof Den Haag, 5 december 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:HR:2023:1400 Hoge Raad, 6 oktober 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2023:1005 Centrale Raad van Beroep, 25 mei 2023 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2023:3301 Rechtbank Rotterdam, 20 april 2023 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RVS:2023:913 Raad van State, 8 maart 2023 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2022:1957 Centrale Raad van Beroep, 23 augustus 2022 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2022:1439 Gerechtshof Amsterdam, 10 mei 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2022:1393 Rechtbank Oost-Brabant, 12 april 2022 (bestuursprocesrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2021:12901 Rechtbank Rotterdam, 22 december 2021 (bestuursstrafrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2308 Gerechtshof Den Haag, 23 september 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2309 Gerechtshof Den Haag, 23 september 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2021:1230 Centrale Raad van Beroep, 20 mei 2021 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:781 Gerechtshof Den Haag, 23 maart 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2021:80 Parket bij de Hoge Raad, 28 januari 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2020:2805 Centrale Raad van Beroep, 11 november 2020 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:10452 Rechtbank Den Haag, 13 oktober 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:9952 Rechtbank Den Haag, 26 augustus 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:9954 Rechtbank Den Haag, 26 augustus 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:9957 Rechtbank Den Haag, 26 augustus 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2020:6573 Rechtbank Den Haag, 30 juni 2020 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:994 Gerechtshof Amsterdam, 19 maart 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:996 Gerechtshof Amsterdam, 19 maart 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2019:6113 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 oktober 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2019:10324 Rechtbank Den Haag, 4 oktober 2019 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2019:4252 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 30 september 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2925 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2929 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2930 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2931 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2932 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2933 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2936 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2937 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2938 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2940 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2941 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2942 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2019:2943 Raad van State, 28 augustus 2019 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:1183 Gerechtshof Den Haag, 15 mei 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:3657 Centrale Raad van Beroep, 13 november 2018 (socialezekerheidsrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.