Uitspraak · Belastingrecht

Hoge Raad, 7 maart 2008

ECLI:NL:HR:2008:BC5902Zaaknummer 43481

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 maart 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
43481
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vaststellingsovereenkomst. Redelijkheid en billijkheid.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.J. van Amersfoort als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2008.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instantie
  2. 2. Geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Proceskosten
  5. 5. Beslissing

Nr. 43.481

7 maart 2008

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van X B.V. te Z (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 13 juli 2006, nr. 04/02130, betreffende een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting.

1. Het geding in feitelijke instantie

Aan belanghebbende is over het jaar 2000 een navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Het Hof heeft het tegen die uitspraak ingestelde beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3. Beoordeling van het middel

3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Belanghebbende heeft, nadat haar voor het onderhavige jaar (2000) de primitieve aanslag was opgelegd, met de Inspecteur een vaststellingsovereenkomst gesloten, waaruit voor het onderhavige jaar een hogere belastingschuld voortvloeide dan bij de primitieve aanslag was vastgesteld. Bij die vaststellingsovereenkomst is belanghebbende ermee akkoord gegaan dat de Inspecteur ter zake van die hogere belastingschuld een navorderingsaanslag zou opleggen.

3.2. Nu belanghebbende bij de vaststellingsovereenkomst akkoord is gegaan met het opleggen van de navorderingsaanslag, is zij aan die akkoordverklaring gebonden. Zulks brengt mee dat belanghebbende de navorderingsaanslag niet met vrucht kan afweren met een beroep op een ambtelijk verzuim, begaan bij het opleggen van de primitieve aanslag. Het middel kan derhalve niet tot cassatie leiden.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.J. van Amersfoort als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en A.R. Leemreis, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2008.

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.