Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 29 februari 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC2769Zaaknummer C06/271HR
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 29 februari 2008
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/271HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Overeenkomstenrecht. Geschil tussen projectontwikkelaar en vastgoed-CV over schadevergoeding na [tussentijdse] opzegging door de CV van hun bemiddelingsovereenkomst (81 RO).
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Achmea begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 29 februari 2008.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
29 februari 2008
Eerste Kamer
Nr. C06/271HR
MK/AG
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
1. ACHMEA GROND CV,
gevestigd te Amsterdam,
2. CENTRAAL BEHEER VASTGOED B.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
VERWEERSTERS in cassatie,
niet verschenen.
Eiseres zal hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en verweersters ook in enkelvoud als Achmea.
1. Het geding in feitelijke instanties
[Eiseres] heeft bij exploot van 13 oktober 2003 Achmea gedagvaard voor de rechtbank Zutphen en gevorderd, kort gezegd, Achmea te veroordelen om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 336.932,08, met rente en kosten.
Achmea heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 6 oktober 2004 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij memorie van grieven heeft [eiseres] haar eis gewijzigd.
Bij arrest van 27 juni 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Achmea is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Achmea begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 29 februari 2008.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2008:BC2769 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2008:BC2769 Parket bij de Hoge Raad, 29 februari 2008 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.