Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 5 februari 2008
ECLI:NL:HR:2008:BC0826Zaaknummer 03027/06
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 5 februari 2008
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 03027/06
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Conclusie AG (o.a.): Daargelaten dat hetgeen in appel is aangevoerd geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt a.b.i. art. 359.2 Sv is, was het Hof niet gehouden zijn oordeel dat de verklaring van getuige X tot het bewijs kon worden gebruikt, in het licht van wat in appel is aangevoerd tegen de desbetreffende overwegingen van de Rb, nader te motiveren. HR: 81 RO.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 februari 2008.
Mr. De Hullu is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
5 februari 2008
Strafkamer
nr. 03027/06
AH/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 juni 2006, nummer 20/009720-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. L.P.H. Hameleers, advocaat te Roermond, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De waarnemend Advocaat-Generaal Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 februari 2008.
Mr. De Hullu is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2008:BC0826 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2008:BC0826 Parket bij de Hoge Raad, 5 februari 2008 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.