Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 28 augustus 2007
ECLI:NL:HR:2007:BA6306Zaaknummer 00777/07 U
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 28 augustus 2007
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 00777/07 U
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Uitlevering. Gewijzigde samenstelling Rb t.t.v. zowel 2e als 3e zitting. Blijkens het daarvan opgemaakte p-v is het onderzoek van de 2e zitting opnieuw aangevangen en is het vervolgens, zonder dat de zaak inhoudelijk is behandeld, geschorst om de – toen niet aanwezige – opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen de behandeling bij te wonen. Vervolgens is de zaak inhoudelijk behandeld op de 3e zitting. Blijkens het p-v van die zitting was de Rb anders samengesteld dan op de 2e zitting. Nu de zaak op de 2e zitting niet inhoudelijk was behandeld, bestond voor de Rb niet de noodzaak om het onderzoek wegens gewijzigde samenstelling opnieuw aan te vangen (vgl. HR LJN ZD1970 en HR LJN AA9480).
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 28 augustus 2007.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
28 augustus 2007
Strafkamer
nr. 00777/07 U
SG/RR/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank te Rotterdam van 19 februari 2007, nummer [001], op een verzoek van het Koninkrijk Noorwegen tot uitlevering van:
[opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, [alias 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, alias [alias 2], geboren te [geboorteplaats] [geboortedatum] 1980, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [A].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel klaagt primair dat de Rechtbank ten tijde van het onderzoek ter zitting van 5 februari 2007 anders was samengesteld dan op de daaraanvoorafgaande zittingen van 23 augustus en 4 december 2006, zonder dat blijkt van hernieuwde aanvang van het onderzoek en evenmin van instemming door de Officier van Justitie en de raadsman om daarvan af te zien. Dat leidt aldus het middel tot nietigheid van het onderzoek.
3.2. Blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal is het onderzoek ter zitting van 4 december 2006 opnieuw aangevangen en is het vervolgens, zonder dat de zaak inhoudelijk is behandeld, geschorst om de - toen niet aanwezige - opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen de behandeling bij te wonen.
Vervolgens is de zaak inhoudelijk behandeld ter zitting van 5 februari 2007. Blijkens het proces-verbaal van die zitting was de Rechtbank anders samengesteld dan ter zitting van 4 december 2006.
3.3. Nu de zaak op 4 december 2006 niet inhoudelijk was behandeld, bestond voor de Rechtbank niet de noodzaak om het onderzoek wegens gewijzigde samenstelling opnieuw aan te vangen (vgl. HR 26 september 2000, LJN ZD1970, NJ 2000, 701 en HR 9 januari 2001, AA9480, NJ 2001, 125). De primaire klacht van het middel ziet daaraan voorbij, zodat zij faalt.
3.4. Ook overigens kan het middel niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO geen nadere motivering, nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en A.J.A. van Dorst, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 28 augustus 2007.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2007:BA6306 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2007:BA6306 Parket bij de Hoge Raad, 28 augustus 2007 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.