Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 27 april 2007

ECLI:NL:HR:2007:AZ9323Zaaknummer C05/299HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/299HR
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Goederenrecht; erfpacht. Geschil over jaarlijkse canon en afloop van overeenkomst (81 RO).

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser c.s.] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster c.s.] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, F.B. Bakels, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2007.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Beslissing

27 april 2007

Eerste Kamer

Nr. C05/299HR

MK/AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiseres 1],

wonende te [woonplaats],

2. [Eiser 2],

wonende te [woonplaats],

3. [Eiseres 3],

wonende te [woonplaats],

4. [Eiser 4],

wonende te [woonplaats],

EISERS tot cassatie,

advocaat: mr. J.C.A. Stevens,

t e g e n

1. [Verweerster 1],

2. [Verweerster 2],

3. [Verweerster 3],

alle gevestigd te [vestigingsplaats],

VERWEERSTERS in cassatie,

advocaat: mr. M. Ynzonides.

1. Het geding in feitelijke instanties

Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser c.s.] - hebben bij exploot van 12 maart 2001 verweersters in cassatie - verder te noemen: [verweerster c.s.] - gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam en gevorderd primair de erfpacht betreffende de in de dagvaarding nader omschreven grond te wijzigen door de jaarlijkse canon te verhogen tot een marktconform, althans redelijk, bedrag en subsidiair te verklaren voor recht dat de erfpacht eindigt, althans door opzegging zal eindigen.

[Verweerster c.s.] hebben de vordering bestreden en een voorwaardelijke eis in reconventie ingesteld.

De rechtbank heeft bij vonnis van 3 oktober 2002 de vordering afgewezen.

Tegen dit vonnis hebben [eiser c.s.] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Bij arrest van 30 juni 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiser c.s.] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

[Verweerster c.s.] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweerster c.s.] mede door mr. D.P.F. Meerburg jr.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser c.s.] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster c.s.] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, F.B. Bakels, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2007.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.