Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 20 april 2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ7620Zaaknummer C06/112HR
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 20 april 2007
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C06/112HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Niet-ontvankelijk cassatieberoep tegen een tussenarrest tot bekrachtiging van een interlocutoir tussenvonnis.
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 april 2007.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
20 april 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/112HR
RM/MK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 1.2 tot en met 1.5.
2. Het geding in cassatie
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 25 januari 2006 beroep in cassatie ingesteld tegen het tussen hem en verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gewezen arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 27 oktober 2005.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiser] in zijn cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 7 februari 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het hof heeft in zijn arrest van 27 oktober 2005 niet door een uitdrukkelijk dictum aan het geding omtrent enig deel van het gevorderde een einde gemaakt, zodat zijn arrest is aan te merken als een tussenarrest. Dit brengt mee dat volgens art. 401a lid 2 Rv. beroep in cassatie van dit arrest slechts tegelijk met dat tegen het eindarrest kan worden ingesteld, aangezien het hof niet anders heeft bepaald en de overige in dit artikel vermelde uitzonderingen evenmin van toepassing zijn.
[Eiser] kan daarom niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart [eiser] niet-ontvankelijk in zijn beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 april 2007.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2007:AZ7620 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2007:AZ7620 Parket bij de Hoge Raad, 20 april 2007 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.