Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 6 februari 2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ4672Zaaknummer 00120/06 P
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 6 februari 2007
- Publicatiedatum
- 12 november 2020
- Zaaknummer
- 00120/06 P
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zaken, Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. (€ 959.722,39) uit oplichting. 1. Beroep op overschrijding redelijke termijn in feitelijke aanleg. 2. Heeft hof verzuimd te beslissen op verzoek tot verrichten van nader onderzoek? HR: art. 81.1 RO.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 6 februari 2007.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
6 februari 2007
Strafkamer
nr. 00120/06 P
ZK/CAW
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 11 november 2005, nummer 24/000767-03, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer. Beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot de beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 6 februari 2007.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2007:AZ4672 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2026:505 Hoge Raad, 31 maart 2026 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2025:23100 Rechtbank Den Haag, 5 december 2025 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2024:4220 Rechtbank Noord-Nederland, 22 oktober 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:7055 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 oktober 2024 (strafrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2023:1067 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 maart 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2019:2492 Rechtbank Oost-Brabant, 1 mei 2019 (strafrecht)
- ECLI:NL:RBGEL:2017:1671 Rechtbank Gelderland, 28 maart 2017 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2007:AZ4672 Parket bij de Hoge Raad, 6 februari 2007 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.