Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 23 februari 2007

ECLI:NL:HR:2007:AZ4067Zaaknummer C05/334HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/334HR
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Geschil tussen opdrachtgever en opdrachtnemer over de verschuldigdheid van provisie op grond van hun bemiddelingsovereenkomst (81 RO).

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HG begroot op € 2.186,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 februari 2007.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Beslissing

23 februari 2007

Eerste Kamer

Nr. C05/334HR

MK/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiser],

wonende te [woonplaats], België,

EISER tot cassatie,

advocaat: mr. H.A. Groen,

t e g e n

HG MANAGEMENT B.V.,

gevestigd te Oss,

VERWEERSTER in cassatie,

advocaat: mr. E. Grabandt.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerster in cassatie - verder te noemen: HG - heeft bij exploot van 10 april 2000 eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] te veroordelen om aan HG te betalen een bedrag van ƒ 152.750,--, met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

[Eiser] heeft de vordering bestreden en een voorwaardelijke eis in reconventie ingesteld.

De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 8 maart 2002 HG toegelaten tot bewijslevering en bij eindvonnis van 19 maart 2003 in conventie [eiser] veroordeeld om aan HG te betalen het bedrag van € 69.314,93, vermeerderd met wettelijke rente en in reconventie de vordering afgewezen.

Tegen deze vonnissen heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

Bij tussenarrest van 1 juni 2004 heeft het hof [eiser] toegelaten tot bewijslevering en bij eindarrest van 23 augustus 2005 de bestreden vonnissen bekrachtigd.

Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen deze arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

HG heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van HG begroot op € 2.186,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 februari 2007.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.