Uitspraak · Civiel recht
Hoge Raad, 22 december 2006
ECLI:NL:HR:2006:AZ3678Zaaknummer C05/265HR
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 22 december 2006
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- C05/265HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Overheidsaansprakelijkheid. Geschil tussen eigenaar van boerderij - afgebroken en opnieuw opgebouwd wegens verrotting van het bovenste deel van de houten fundering veroorzaakt door gedeeltelijke droogstand – en hoogheemraadschap over zijn aansprakelijkheid voor de door de eigenaar geleden schade wegens onvoldoende handhaving van het voor de waterstand ter plaatse geldende streefpeil; gevolgen van formele rechtskracht van het peilbesluit; betekenis van de schadevergoedingsregeling in art. 40 Wet op de waterhuishouding (81 RO).
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op € 2.001,34 aan verschotten en € 2.200,-- salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 december 2006.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
22 december 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/265HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
HOOGHEEMRAADSCHAP AMSTEL, GOOI EN VECHT,
gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.E. Gelpke.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 12 januari 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: het Hoogheemraadschap - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd het Hoogheemraadschap te veroordelen tot betaling van ƒ 133.670,-- met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.
Het Hoogheemraadschap heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft, na bij tussenvonnis een comparitie van partijen te hebben gelast, bij eindvonnis van 11 juni 2003 de vordering afgewezen.
Tegen dit eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 23 juni 2005 heeft het hof het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het Hoogheemraadschap heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor het Hoogheemraadschap toegelicht door haar advocaat, [eiser] heeft haar standpunt niet nader toegelicht.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap begroot op € 2.001,34 aan verschotten en € 2.200,-- salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 december 2006.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2006:AZ3678 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2006:AZ3678 Parket bij de Hoge Raad, 22 december 2006 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.