Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 31 oktober 2006

ECLI:NL:HR:2006:AZ1807Zaaknummer 02351/06 H

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02351/06 H
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Herziening
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Herziening.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 31 oktober 2006.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
  2. 2. De aanvrage tot herziening
  3. 3. Beoordeling van de aanvrage
  4. 4. Beslissing

31 oktober 2006

Strafkamer

nr. 02351/06 H

SM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 4 november 2003, nummer 20/001886-03, ingediend door mr. C.P.M. van Houte, advocaat te Heerlen, namens:

[aanvraagster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, ten tijde van de indiening van de aanvrage verblijvende in de psychiatrische inrichting "De Grote Beek" te Eindhoven.

1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep - behalve ten aanzien van de bewijsvoering - bevestigd een vonnis van de Rechtbank te Roermond van 21 mei 2003, waarbij de aanvraagster ter zake van "opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is" is veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, en waarbij tevens is bevolen dat de aanvraagster ter beschikking zal worden gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege.

2. De aanvrage tot herziening

De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3. Beoordeling van de aanvrage

Bij arrest van de Hoge Raad van 30 mei 2006, nr. 03208/05H is een eerdere aanvrage tot herziening van het arrest van het Hof afgewezen. Voor zover de aanvrage steunt op gronden die in deze beslissing ongenoegzaam zijn geoordeeld, kan zij niet worden ontvangen. Voor het overige kan hetgeen in de aanvrage is aangevoerd niet worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden welke een ernstig vermoeden wekken als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder 2°, Sv, zodat zij ook in zoverre niet kan worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 31 oktober 2006.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.