Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 31 oktober 2006

ECLI:NL:HR:2006:AY8340Zaaknummer 02748/05

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
31 oktober 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02748/05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Betrokkene heeft een bezwaarschrift ingediend tegen een ex art. 22g(oud) Sr genomen beslissing van de Pr waarbij oatan was omgezet in gevangenisstraf. In een zodanige rechtsgang is in de wet niet voorzien, zodat de Pr betrokkene terecht in dat bezwaarschrift niet heeft ontvangen, Van die beslissing stond, naar het hof terecht heeft geoordeeld, geen appel open, terwijl, naar uit het vorenoverwogene voortvloeit, tegen ‘s hofs beslissing ook geen cassatieberoep openstaat.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 31 oktober 2006.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De bestreden uitspraak
  2. 2. Geding in cassatie
  3. 4. Beslissing

31 oktober 2006

Strafkamer

nr. 02748/05

LR/AM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 20 mei 2005, nummer 21/000562-05, in de strafzaak tegen:

[Betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "De Geerhorst" te Sittard.

1. De bestreden uitspraak

Het Hof heeft de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen een beslissing van de Rechtbank te Zwolle, zitting houdende te Lelystad, van 10 november 2004, waarbij het bezwaarschrift niet-ontvankelijk is verklaard.

2. Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft mr. E.S.L. Bos-Veterman, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.

De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het cassatieberoep.

3. Procesgang en beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep

De betrokkene heeft een bezwaarschrift ingediend tegen een op de voet van art. 22g(oud) Sr genomen beslissing van de Politierechter in de Rechtbank Zwolle-Lelystad van 29 november 1996.

In een zodanige rechtsgang is in de wet niet voorzien, zodat de Politierechter de betrokkene terecht in dat bezwaarschrift niet heeft ontvangen. Van die beslissing stond, naar het Hof terecht heeft geoordeeld, geen hoger beroep open, terwijl, naar uit het vorenoverwogene voortvloeit, tegen 's Hofs beslissing ook geen cassatieberoep openstaat. De betrokkene kan dus in het cassatieberoep niet worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 31 oktober 2006.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.