Uitspraak · Personen- en familierecht
Hoge Raad, 1 september 2006
ECLI:NL:HR:2006:AW9383Zaaknummer R05/067HR
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 1 september 2006
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R05/067HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Ipr. Nederlandse rechter onbevoegd kennis te nemen van verzoek echtscheiding uit te spreken tussen - op Nederlandse ambassade te Abu Dhabi gehuwde - Nederlandse man en Thaise vrouw; gewone verblijfplaats in de zin van art. 2 Brussel II-Verordening (81 RO).
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 september 2006.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
1 september 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/067HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende althans geregistreerd te [plaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Mohassel Zadeh,
t e g e n
[De vrouw],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 8 augustus 2003 gedateerd verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot de rechtbank te Leeuwarden en verzocht tussen hem en verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - echtscheiding uit te spreken.
De vrouw is niet in rechte verschenen.
De rechtbank heeft bij beschikking van 24 maart 2004 zich onbevoegd verklaard van het verzoekschrift kennis te nemen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden.
Bij beschikking van 16 februari 2005 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw is in cassatie niet verschenen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, E.J. Numann, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 september 2006.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2006:AW9383 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3206 Gerechtshof Den Haag, 19 november 2019 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:PHR:2006:AW9383 Parket bij de Hoge Raad, 1 september 2006 (personen- en familierecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.