Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 8 september 2006
ECLI:NL:HR:2006:AU4755Zaaknummer 41568
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 8 september 2006
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 41568
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
procesbelang hangende beroepsprocedure vervallen?
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, en
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de indiening van het beroepschrift in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 102, alsmede het bij het Hof betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof ten bedrage van € 31, derhalve in totaal € 133.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P. Lourens als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2006.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Nr. 41.568
8 september 2006
SE
gewezen op het beroep in cassatie van X te Z (België) (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 juli 2004, nr. 03/01973, betreffende na te melden beschikking inzake teruggaaf van dividendbelasting.
1. Beschikking, bezwaar en geding voor het Hof
Belanghebbendes verzoek om teruggaaf van dividendbelasting tot een bedrag van € 8340 is door de Inspecteur bij beschikking afgewezen, welke beschikking, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep ongegrond verklaard. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 6 september 2005 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep.
De Staatssecretaris heeft bij brief van 22 september 2005 op de conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
3.1. Bij zijn onder 2 vermelde brief heeft de Staatssecretaris meegedeeld dat besloten is belanghebbende tegemoet te komen en hem de gemaakte kosten voor griffierecht en eventuele proceskosten te vergoeden.
De Staatssecretaris heeft daaraan toegevoegd dat hij wat betreft de termijn voor het doen van een verzoek om teruggaaf van dividendbelasting onder het belastingverdrag Nederland-België van 1970 een met vorenbedoelde tegemoetkoming overeenstemmende beleidsregel bekend zal maken.
Gelet op eerstvermeld besluit kan een uitspraak op zijn beroep in cassatie belanghebbende niet in een gunstiger positie brengen dan waarin hij door dat besluit is komen te verkeren. Nu belanghebbende bijgevolg geen belang meer heeft bij een uitspraak op zijn beroep, zal de Hoge Raad dit beroep niet-ontvankelijk verklaren.
3.2. De Hoge Raad acht termen aanwezig te bepalen dat aan belanghebbende het door hem betaalde griffierecht wordt vergoed.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, en
gelast dat de Staat aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de indiening van het beroepschrift in cassatie verschuldigd geworden griffierecht ten bedrage van € 102, alsmede het bij het Hof betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor het Hof ten bedrage van € 31, derhalve in totaal € 133.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P. Lourens als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en E.N. Punt, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2006.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2006:AU4755 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:OGEAC:2024:170 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 6 september 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2024:95 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 5 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2024:97 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 5 juni 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2024:74 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 18 april 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2023:155 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 29 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2023:162 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 19 juni 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2023:125 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 31 mei 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2022:327 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 19 december 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2022:275 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 21 september 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAM:2022:61 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 16 september 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAM:2022:62 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, 16 september 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2021:223 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 26 november 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2021:194 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 5 oktober 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2021:155 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 23 juli 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2020:248 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 6 november 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2020:250 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 6 november 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2020:9052 Rechtbank Noord-Holland, 8 september 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2020:9058 Rechtbank Noord-Holland, 8 september 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2020:113 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 8 mei 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2020:55 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 19 maart 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3521 Gerechtshof Den Haag, 18 december 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2019:125 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 19 juni 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2019:2 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 11 januari 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2018:4096 Rechtbank Noord-Nederland, 23 oktober 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:OGEAC:2018:249 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, 4 oktober 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:CRVB:2018:717 Centrale Raad van Beroep, 6 maart 2018 (socialezekerheidsrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2018:1587 Rechtbank Den Haag, 8 februari 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2017:1784 Gerechtshof Amsterdam, 25 april 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2016:1996 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 mei 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2015:2124 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 juni 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2013:9133 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 december 2013 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2013:7345 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 oktober 2013 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2006:AU4755 Parket bij de Hoge Raad, 8 september 2006 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.