Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 7 oktober 2005
ECLI:NL:HR:2005:AU3929Zaaknummer 35729
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2005
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 35729
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Genormeerde proceskostenvergoeding, beperking toegang tot gemeenschapsrecht.
De Hoge Raad:
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 3864 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand,
veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding voor het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1288 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en
wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, P. Lourens, C.B. Bavinck en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2005.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Nr. 35.729
7 oktober 2005
RvS
gewezen op na te melden verzoek van Bosal Holding B.V. te Vianen.
1. Verzoek
Bij de intrekking door belanghebbende van het beroep in cassatie gericht tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 18 oktober 1999, nr. 96/01116, betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting heeft belanghebbende het verzoek gedaan de Staatssecretaris van Financiën te veroordelen in de kosten in verband met de behandeling van het geding voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, de behandeling van het geding in cassatie en de behandeling van het geding voor het Gerechtshof te Arnhem. Het geschrift waarbij dit verzoek is gedaan, is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
2. Beoordeling van het verzoek
2.1. Nu belanghebbende het door haar ingestelde beroep heeft ingetrokken omdat de Staatssecretaris aan haar bezwaar is tegemoetgekomen en het verzoek om een veroordeling in de proceskosten is geschied met inachtneming van het in artikel 8:75a, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht bepaalde, acht de Hoge Raad termen aanwezig voor een veroordeling van de Staatssecretaris in de kosten van het geding in cassatie, met inbegrip van die welke samenhangen met de prejudiciële procedure welke heeft geleid tot het arrest van het Hof van Justitie van 18 september 2003, Bosal Holding B.V., C-168/01, Jurispr. 2003, blz. I-09409, BNB 2003/344, alsmede voor een veroordeling van de Inspecteur in de kosten van het geding voor het Gerechtshof te Arnhem.
2.2. Belanghebbende verzoekt het bedrag van de vergoeding te stellen op dat van de werkelijk gemaakte proceskosten. Zij betoogt dat een vergoedingsregeling als vervat in het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) wegens de daarin opgenomen normering een ongeoorloofde beperking van de toegang tot het gemeenschapsrecht vormt.
2.3. Bij een veroordeling als hiervoor bedoeld kan ingevolge het Besluit in beginsel slechts een vergoeding worden toegekend, berekend met inachtneming van de in het Besluit aangegeven normering. In bijzondere omstandigheden biedt artikel 2, lid 3, van het Besluit de mogelijkheid van die normering af te wijken. Het ligt dan op de weg van de belanghebbende om bij te brengen waarin die bijzondere omstandigheden zijn gelegen. Daarbij verdient opmerking dat niet reeds het feit dat een onjuist bevonden standpunt van het betrokken bestuursorgaan in strijd is met bepalingen van gemeenschapsrecht, met zich brengt dat sprake is van bijzondere omstandigheden in vorenbedoelde zin (vgl. HR 17 december 2004, nr. C03/114HR, NJ 2005, 361). Evenmin is een bijzondere omstandigheid dat de werkelijk gemaakte proceskosten hoger zijn dan het bedrag van de proceskostenvergoeding waarop volgens de hoofdregel van het Besluit aanspraak kan worden gemaakt.
2.4. Uit het gemeenschapsrecht volgt dat nationale bepalingen op procesrechtelijk gebied er niet toe mogen leiden dat de verwezenlijking van de aanspraken die een belanghebbende aan het gemeenschapsrecht kan ontlenen, onmogelijk of uiterst moeilijk wordt. Getoetst aan deze norm is, anders dan belanghebbende betoogt, het enkele feit dat de vergoeding van proceskosten waarop ingevolge het Besluit aanspraak kan worden gemaakt, de werkelijk gemaakte kosten slechts voor een deel dekt, niet voldoende om te concluderen dat aan het gemeenschapsrecht aanspraak op een hogere vergoeding kan worden ontleend. Bijkomende omstandigheden kunnen in samenhang met dat feit tot een andere conclusie nopen. Zulke omstandigheden zijn in dit geval echter niet aangevoerd.
2.5. Gelet op het hiervóór overwogene zal de Hoge Raad de toe te kennen vergoeding berekenen met inachtneming van de in het Besluit neergelegde normering.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 3864 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand,
veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding voor het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1288 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en
wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.E.M. van der Putt-Lauwers als voorzitter, en de raadsheren F.W.G.M. van Brunschot, P. Lourens, C.B. Bavinck en J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 oktober 2005.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHARN:1999:AA3902 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBNHO:2026:5134 Rechtbank Noord-Holland, 21 april 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2026:1607 Gerechtshof Den Haag, 1 april 2026 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2916 Gerechtshof Den Haag, 24 december 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2870 Gerechtshof Den Haag, 17 december 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2871 Gerechtshof Den Haag, 17 december 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2918 Gerechtshof Den Haag, 19 november 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2919 Gerechtshof Den Haag, 19 november 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2920 Gerechtshof Den Haag, 19 november 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2366 Gerechtshof Den Haag, 12 november 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2367 Gerechtshof Den Haag, 30 oktober 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2247 Gerechtshof Den Haag, 30 september 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2236 Gerechtshof Den Haag, 25 september 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2025:2237 Gerechtshof Den Haag, 25 september 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:6946 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 november 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:6947 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 november 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:6950 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 november 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:6951 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 november 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2024:5495 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27 augustus 2024 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:4500 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 mei 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2023:349 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 januari 2023 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:1742 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 maart 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2022:1747 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 maart 2022 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:11825 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:11519 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:11520 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:11521 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 december 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:11106 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 november 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:10898 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 november 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:10900 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23 november 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:10007 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 oktober 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:9550 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 12 oktober 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2260 Gerechtshof Amsterdam, 24 juni 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:2261 Gerechtshof Amsterdam, 24 juni 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:5873 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 juni 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:2183 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 maart 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2021:816 Gerechtshof Amsterdam, 23 februari 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:1532 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 februari 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2021:936 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2 februari 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3842 Gerechtshof Amsterdam, 17 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3853 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3854 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3855 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3856 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3857 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3859 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3860 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3861 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3862 Gerechtshof Amsterdam, 3 december 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2020:3852 Gerechtshof Amsterdam, 27 november 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2020:1979 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 maart 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:184 Parket bij de Hoge Raad, 28 februari 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3957 Gerechtshof Den Haag, 25 oktober 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2019:3983 Gerechtshof Den Haag, 25 oktober 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2019:7279 Rechtbank Noord-Holland, 27 augustus 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2019:5851 Rechtbank Noord-Holland, 9 juli 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:1738 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 mei 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:3531 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 april 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:422 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 januari 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:185 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 januari 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:192 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 15 januari 2019 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.