Uitspraak · Personen- en familierecht

Hoge Raad, 9 september 2005

ECLI:NL:HR:2005:AT6372Zaaknummer R04/093HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/093HR
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

9 september 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/093HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. A.A. Vermeij, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. L. van Hoppe. 1. Het geding in feitelijke instanties...

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 9 september 2005.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Beslissing

9 september 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R04/093HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. A.A. Vermeij,

t e g e n

[De man],

wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. L. van Hoppe.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 21 mei 2001 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding tussen hem en verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - uit te spreken. Daarnaast heeft de man verzocht een aantal nevenvoorzieningen te treffen.

De vrouw heeft het echtscheidingsverzoek niet doch de verzoeken van de man omtrent de nevenvoorzieningen wel bestreden en van haar kant - voor zover in cassatie nog van belang - zelfstandig verzocht de man te gebieden om binnen een week na de in deze te wijzen echtscheidingsbeschikking zijn Amerikaanse- en Nederlandse bankrekeningnummers en de afschriften vanaf 1 januari 1998 tot de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de Burgerlijke Stand af te geven en de man te veroordelen over te gaan tot de scheiding en deling van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap.

De man heeft de zelfstandige verzoeken van de vrouw bestreden.

De rechtbank heeft bij beschikking van 20 februari 2002 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bij beschikking van 20 augustus 2003 vastgesteld dat partijen terzake de verdeling van de huwelijksgemeenschap niets meer van elkaar te vorderen hebben.

Tegen de beschikking van 20 augustus 2003 heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.

Bij beschikking van 6 mei 2004 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, E.J. Numann en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 9 september 2005.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.