Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 17 juni 2005

ECLI:NL:HR:2005:AT4078Zaaknummer R05/039HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R05/039HR
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

17 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R05/039HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. G.E.M. Later, t e g e n DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM, gevestigd te Amsterdam, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. D. Stoutjesdijk. 1. Het geding in feitelijke instantie...

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 17 juni 2005.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instantie
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
  4. 4. Beslissing

17 juni 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R05/039HR

JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoeker],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. D. Stoutjesdijk.

1. Het geding in feitelijke instantie

De Officier van Justitie in het arrondissement Amsterdam heeft op 29 december 2004 onder overlegging van een op 27 december 2004 ondertekende geneeskundige verklaring een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: verzoeker - in een psychiatrisch ziekenhuis.

Nadat de rechtbank op 27 januari 2005 de aan verzoeker toegevoegde advocaat, de behandelend psychiater, de opsteller van de geneeskundige verklaring, een sociaal-psychiatrisch verpleegkundige van de Krisisdienst Mentrum te Amsterdam en de vader van verzoeker had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde dag de voorlopige machtiging verleend voor de duur van drie maanden, eindigende op 27 april 2005.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft verzoeker bij verzoekschrift, binnengekomen ter griffie van de Hoge Raad op 10 maart 2005, beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Officier van Justitie heeft bij verweerschrift, binnengekomen ter griffie van de Hoge Raad op 5 april 2005, verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking.

De advocaat van de Officier van Justitie heeft bij brief van 19 april 2005 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De geldigheidsduur van de hiervoor onder 1 vermelde, op 27 januari 2005 verleende voorlopige machtiging om verzoeker in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen en te doen verblijven is op 27 april 2005 verstreken. Om deze reden heeft verzoeker geen belang bij zijn beroep, zodat hij daarin niet kan worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 17 juni 2005.

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 2 BWBR0005700
  • Artikel 5 BWBR0005700
  • Artikel 8 BWBR0005700

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.