Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 10 juni 2005

ECLI:NL:HR:2005:AT1740Zaaknummer R04/143HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juni 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/143HR
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

10 juni 2005 Eerste Kamer Nr. R04/143HR RM Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: UNITED TECHNOLOGY CONSULTANTS B.V., gevestigd te Rotterdam, VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. A.H.H. Fuchs, t e g e n 1. UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERS VERZEKERINGEN, gevestigd te Amsterdam, 2. HET COLLEGE VOOR ZORGVERZEKERINGEN, gevestigd te Diemen, VERWEERSTERS in cassatie, advocaat: mr. R.A.A. Duk. 1. Het geding in feitelijke instanties...

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart UTC niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 10 juni 2005.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERS VERZEKERINGEN,
  2. 2. HET COLLEGE VOOR ZORGVERZEKERINGEN,
  3. 1. Het geding in feitelijke instanties
  4. 2. Het geding in cassatie
  5. 3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
  6. 4. Beslissing

10 juni 2005

Eerste Kamer

Nr. R04/143HR

RM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

UNITED TECHNOLOGY CONSULTANTS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. A.H.H. Fuchs,

t e g e n

1. UITVOERINGSINSTITUUT WERKNEMERS VERZEKERINGEN,

gevestigd te Amsterdam,

2. HET COLLEGE VOOR ZORGVERZEKERINGEN,

gevestigd te Diemen,

VERWEERSTERS in cassatie,

advocaat: mr. R.A.A. Duk.

1. Het geding in feitelijke instanties

Met een op 13 oktober 2004 ter griffie van de rechtbank te Rotterdam ingekomen verzoekschrift hebben verweersters in cassatie - verder te noemen: UWV en CVZ - de rechtbank aldaar verzocht verzoekster tot cassatie - verder te noemen: UTC - in staat van faillissement te verklaren.

De rechtbank heeft het verzoek in raadkamer behandeld op 26 oktober 2004, 16 november 2004 en 23 november 2004. Bij vonnis van 23 november 2004 heeft de rechtbank UTC in staat van faillissement verklaard.

Tegen dit vonnis heeft UTC hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.

Na mondelinge behandeling op 14 december 2004 heeft het hof bij arrest van 21 december 2004 het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft UTC beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten; UWV en CVZ hebben ter gelegenheid van schriftelijke toelichting geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

3.1 Het gaat in dit geding om het op het verzoek van UWV en dat van CVZ door de rechtbank uitgesproken faillissement van UTC, welk vonnis in hoger beroep door het hof is bekrachtigd.

3.2 Het middel behelst naar de kern genomen de klacht dat het hof ten onrechte UWV bevoegd heeft geacht het faillissement van UTC te verzoeken. Aldus ontbeert UTC redelijk belang bij haar beroep. Ook indien immers het middel terecht zou zijn voorgesteld, kan dit niet leiden tot vernietiging van de, alsdan alleen op het - in cassatie niet bestreden - verzoek van CVZ uitgesproken, faillietverklaring van UTC.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart UTC niet-ontvankelijk in het beroep.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 10 juni 2005.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.