Uitspraak · Personen- en familierecht

Hoge Raad, 25 maart 2005

ECLI:NL:HR:2005:AS5954Zaaknummer R04/054HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 maart 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/054HR
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

25 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/054HR RM/JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [De man], wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. F.A.M. van Bree. 1. Het geding in feitelijke instanties...

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 25 maart 2005.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van de middelen
  4. 4. Beslissing

25 maart 2005

Eerste Kamer

Rek.nr. R04/054HR

RM/JMH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[De vrouw], wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

advocaat: mr. P. Garretsen,

t e g e n

[De man], wonende te [woonplaats],

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. F.A.M. van Bree.

1. Het geding in feitelijke instanties

Bij beschikking van de rechtbank te Arnhem van 7 februari 2002 is tussen verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - en verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - echtscheiding uitgesproken en onder meer bepaald dat de man als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen van partijen, [de zonen], een bedrag van € 138,86 per kind per maand zal betalen, met ingang van de datum van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand. Deze beschikking is op 15 maart 2002 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

Met een op 14 januari 2003 ter griffie van de rechtbank te Arnhem ingekomen verzoekschrift heeft de man zich gewend tot die rechtbank en verzocht te bepalen dat hij niet langer gehouden is de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de zonen] te voldoen, althans op een zodanige bijdrage vast te stellen als de rechtbank juist acht, met uitsluiting van de wettelijke indexering als bedoeld in art. 1:402a BW, een en ander met ingang van 14 januari 2003.

De vrouw heeft het verzoek bestreden.

Na mondelinge behandeling op 23 juni 2003 heeft de rechtbank bij beschikking van 7 juli 2003 haar beschikking van 7 februari 2002 gewijzigd in die zin dat de bijdrage ten behoeve van [de zonen] voor de periode van 14 januari 2003 tot 14 maart 2003 nader wordt vastgesteld op € 95,-- per kind per maand. Het meer of anders verzochte heeft de rechtbank afgewezen.

Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.

Bij beschikking van 20 januari 2004 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd en, opnieuw beschikkende, de beschikking van de rechtbank te Arnhem van 7 februari 2002 gewijzigd en de door de man te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de zonen] met ingang van 1 februari 2003 op nihil vastgesteld.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.

De advocaat van de vrouw heeft op 21 januari 2005 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van de middelen

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 25 maart 2005.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.