Uitspraak · Insolventierecht
Hoge Raad, 12 juli 2002
ECLI:NL:HR:2002:AE3346Zaaknummer R01/137HR
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 12 juli 2002
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R01/137HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Civiel recht, Insolventierecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
-
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en D.H. Beukenhorst, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 12 juli 2002.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
12 juli 2002
Eerste Kamer
Nr. R01/137HR
AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.A.M. Perquin.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 4 september 2001 ter griffie van de Rechtbank te Dordrecht ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: verzoeker - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht ten aanzien van hem de definitieve schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Ter terechtzitting van 17 oktober 2001 heeft verzoeker zijn verzoek mondeling toegelicht.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 17 oktober 2001 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Na mondelinge behandeling op 27 november 2001 heeft het Hof bij arrest van 4 december 2001 het bestreden vonnis bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en D.H. Beukenhorst, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 12 juli 2002.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2002:AE3346 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:2002:AE3346 Parket bij de Hoge Raad, 12 juli 2002 (insolventierecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.