Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 21 december 2001

ECLI:NL:HR:2001:AD6086Zaaknummer C00/088HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 december 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C00/088HR
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Thomassen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op ƒ 6.287,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers, A.G. Pos en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 21 december 2001.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Het geding in feitelijke instanties
  2. 2. Het geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Beslissing

21 december 2001

Eerste Kamer

Nr. C00/088HR

AT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

THOMASSON DURA B.V., gevestigd te Hengelo,

EISERES tot cassatie,

advocaat:aanvankelijk mr. J.C. Rosenberg Polak,

thans mr. K.T.B. Salomons,

t e g e n

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST ONDERNEMINGEN ENSCHEDE, kantoorhoudende te Enschede,

VERWEERDER in cassatie,

advocaat: mr. R.M. Hermans.

1. Het geding in feitelijke instanties

Verweerder in cassatie - verder te noemen: de Ontvanger - heeft bij exploit van 4 december 1996 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Thomasson - gedagvaard voor de Rechtbank te Almelo en gevorderd Thomasson te veroordelen om aan de Ontvanger te voldoen een bedrag van ƒ 235.650,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 juli 1995, althans vanaf 4 december 1996 tot aan de dag der algehele voldoening.

Thomasson heeft de vordering bestreden.

Bij tussenvonnis van 3 december 1997 heeft de Rechtbank de zaak naar de rol verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van de Ontvanger. Nadat partijen een akte na tussenvonnis hadden genomen, heeft de Rechtbank bij eindvonnis van 4 maart 1998 de vordering toegewezen.

Tegen beide vonnissen van de Rechtbank heeft Thomasson hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.

Bij arrest van 30 november 1999 heeft het Hof, rechtdoende in hoger beroep, het vonnis waarvan beroep [de Hoge Raad leest: de vonnissen waarvan beroep] bekrachtigd.

Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het Hof heeft Thomasson beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Ontvanger heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor de Ontvanger toegelicht door zijn advocaat.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.B. Bakels strekt tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het beroep;

veroordeelt Thomassen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Ontvanger begroot op ƒ 6.287,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, J.B. Fleers, A.G. Pos en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 21 december 2001.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.