Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 20 november 2001
ECLI:NL:HR:2001:AD5148Zaaknummer 01327/01
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 20 november 2001
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 01327/01
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
-
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 20 november 2001.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
20 november 2001
Strafkamer
nr. 01327/01
AG/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 22 december 2000, nummer 21/000908-00, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Lelystad" te Lelystad.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Zwolle van 9 maart 2000 - de verdachte ter zake van "moord" veroordeeld tot twaalf jaren gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Voorts is bij de Hoge Raad een geschrift van de verdachte ingekomen met een middel van cassatie, zakelijk weergegeven inhoudende dat de behandeling van het cassatieberoep met overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM heeft plaatsgevonden. Op 11 oktober 2001 is bij de Hoge Raad een aanvullend geschrift van de verdachte ingekomen dat echter na afloop van de bij de wet voor schrifturen gestelde termijn is ingediend.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, J.P. Balkema, A.J.A. van Dorst en B.C. de Savornin Lohman, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 20 november 2001.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 6 EVRM meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 101a RO
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2001:AD5148 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2023:1772 Hoge Raad, 19 december 2023 (strafrecht)
- ECLI:NL:PHR:2001:AD5148 Parket bij de Hoge Raad, 20 november 2001 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.