Uitspraak · Civiel recht

Hoge Raad, 13 juli 2001

ECLI:NL:HR:2001:AB2565Zaaknummer R01/048HR R01/049HR

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 juli 2001
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R01/048HR R01/049HR
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoekster in haar beroepen niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 13 juli 2001.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 2. Het geding in cassatie
  2. 3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van de beroepen
  3. 4. Beslissing

13 juli 2001

Vakantiekamer

Rek.nrs. R01/048HR en R01/049HR

bij vervroeging

AP

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[Verzoekster], wonende [te woonplaats], Nederlandse Antillen,

VERZOEKSTER tot cassatie,

t e g e n

[Verweerster], wonende [te woonplaats], Nederlandse Antillen,

VERWEERSTER in cassatie.

1.Het geding in feitelijke instanties

Verzoekster tot cassatie - verder te noemen: verzoekster - heeft op 20 april 2000 zich gewend tot de Raad van Toezicht op de Advocatuur in de Nederlandse Antillen met een aantal klachten tegen verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster].

[Verweerster] heeft de klachten weersproken en harerzijds als advocaat een begrotingsverzoek ingediend.

De Raad van Toezicht heeft bij beschikking van 21 juni 2000 de klachten van verzoekster ongegrond verklaard en de rekening van [verweerster] goedgekeurd tot een bedrag van NAƒ 6.109,50.

Tegen deze beschikking heeft verzoekster hoger beroep ingesteld bij de Raad van Appel.

Bij beschikking van 28 november 2000 heeft de Raad van Appel de beschikking van de Raad van Toezicht bevestigd.

De beschikking van de Raad van Appel van 28 november 2000 is aan deze beschikking gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de Raad van Appel heeft verzoekster twee cassatierekesten ingediend. De cassatierekesten van 17 februari 2001 (nr. R01/048HR) en van 20 februari 2001 (nr. R01/049HR) zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

De conclusie van de Plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar beide beroepen.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van de beroepen

De cassatieverzoekschriften zijn ingediend door verzoekster zelf en niet ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. In de beschikking van HR 14 januari 1977, nr. 4776, NJ 1977, 424 is echter reeds geoordeeld dat op grond van art. 1 lid 1 van de Cassatieregeling voor de Nederlandse Antillen in samenhang met art. 426a Rv. moet worden aangenomen dat in Antilliaanse burgerlijke zaken, evenals in soortgelijke Nederlandse zaken, dergelijke verzoekschriften door een advocaat bij de Hoge Raad moeten worden getekend. Verzoekster kan derhalve in haar beroepen niet worden ontvangen.

4. Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoekster in haar beroepen niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, J.B. Fleers en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 13 juli 2001.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.