Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 14 maart 2001
ECLI:NL:HR:2001:AB0829Zaaknummer 36145
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 14 maart 2001
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 36145
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
-
De Hoge Raad:
verklaart het beroep ongegrond, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op ¦ 1420 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren G.J. Zuurmond, F.W.G.M. van Brunschot, D.G. van Vliet en P. Lourens, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2001.
Van de Staatssecretaris van Financiën wordt ter zake van het door hem ingestelde beroep in cassatie een recht geheven van ¦ 630.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Hoge Raad der Nederlanden
D e r d e K a m e r
Nr. 36145
14 maart 2001
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, nr. 95/3635, van 17 maart 2000 betreffende na te melden aan X BV, te Z, opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het boekjaar 1991/1992 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van ¦ 2.150.460, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft deze uitspraak vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag berekend naar een belastbaar bedrag van ¦ 150.467. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal L.F. van Kalmthout heeft op 7 november 2000 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het Hof heeft - in cassatie onbestreden - uit de in zijn uitspraak vermelde feiten en omstandigheden de conclusie getrokken dat belanghebbende in januari 1991 - het Hof bedoelt kennelijk: januari 1992 - met haar bezit van aandelen in H B.V. niet enkel streefde naar het rendement en de waardestijging die van het bezit bij normaal vermogensbeheer kunnen worden verwacht en dat die aandelen derhalve niet slechts werden gehouden vanwege hun betekenis als waardepapier. Die conclusie brengt naar het oordeel van het Hof reeds mee dat te dezen in het boekjaar 1991/1992 is voldaan aan de eisen die artikel 13, derde lid, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 stelt om een aandelenbezit van minder dan vijf percent gelijk te stellen met een deelneming.
3.2. Voorzover het middel zich verzet tegen dit oordeel op de grond dat voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling op het aandelenbezit van minder dan vijf percent in H B.V. als zelfstandig vereiste geldt dat belanghebbende een onderneming drijft, faalt het op de gronden vermeld in punt 3.3 van de conclusie van de Advocaat-Generaal. Voor het overige behoeft het middel geen behandeling.
4. Proceskosten
De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep ongegrond, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op ¦ 1420 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J.J. Jansen als voorzitter, en de raadsheren G.J. Zuurmond, F.W.G.M. van Brunschot, D.G. van Vliet en P. Lourens, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.M. van Hooff, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2001.
Van de Staatssecretaris van Financiën wordt ter zake van het door hem ingestelde beroep in cassatie een recht geheven van ¦ 630.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2001:AB0829 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHDHA:2025:1366 Gerechtshof Den Haag, 10 juli 2025 (belastingrecht)
- ECLI:NL:HR:2020:21 Hoge Raad, 10 januari 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2013:3383 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 juli 2013 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2001:AB0829 Parket bij de Hoge Raad, 14 maart 2001 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.