Uitspraak · Personen- en familierecht
Hoge Raad, 30 juni 2000
ECLI:NL:HR:2000:AA6339Zaaknummer R99/181HR
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 30 juni 2000
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R99/181HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
-
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president H.L.J. Roelvink als voorzitter en de raads-heren W.H. Heemskerk, R. Herrmann, C.H.M. Jansen en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 30 juni 2000.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
30 juni 2000
Eerste Kamer
Rek.nr. R99/181HR
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De stiefvader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaten: mrs. P.S. Kamminga en
E.S. Florijn,
t e g e n
1. [de moeder], wonende te [woonplaats],
2. [de vader], wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 25 september 1998 ter griffie van de Rechtbank te Leeuwarden ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de stief- vader - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de adoptie uit te spreken van de minderjarigen [de zoon], geboren op [geboortedatum] 1984, en [de dochter], geboren op [geboortedatum] 1996, beiden in de gemeente Smallingerland, uit het huwelijk van verweerster in cassatie sub 1, hierna: de moeder, en verweerder in cassatie sub 2, hierna: de vader.
De vader is in de gelegenheid gesteld te worden gehoord.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 3 februari 1999 de stiefvader niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek.
Tegen deze beschikking heeft de stiefvader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Leeuwarden.
Bij beschikking van 25 augustus 1999 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en opnieuw beslissende het verzoek tot adoptie afgewezen.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de stief-vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1 De stiefvader verzoekt in deze procedure de adoptie uit te spreken van [de kinderen]. De Rechtbank heeft hem in dat verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Het Hof heeft in hoger beroep het verzoek afgewezen op de grond dat niet is voldaan aan de voorwaarde voor adoptie vermeld in art. 1:228 lid 1, aanhef en onder c, BW, omdat het leeftijdsverschil tussen de stiefvader en de beide minderjarigen minder dan 18 jaar bedraagt.
3.2 Onderdeel 1 van het middel keert zich tegen de overweging van het Hof dat de afwijzing van het verzoek niet in strijd is met art. 8 EVRM. Volgens het onderdeel moet ieder verzoek tot adoptie getoetst worden aan die bepaling en/of aan art. 12 EVRM.
Het onderdeel faalt. Aan die bepalingen kan wel het recht op bescherming van het tussen ouders en een door hen geadopteerd kind bestaande gezinsleven worden ontleend, doch niet het recht om een kind te adopteren zonder dat wordt voldaan aan de door de wet voor adoptie gestelde eisen. Dat adoptie niet mogelijk is omdat niet is voldaan aan de in 3.1 vermelde wettelijke voorwaarde, kan voorts niet worden aangemerkt als een inmenging als bedoeld in art. 8.
3.3 Onderdeel 2 betoogt dat de omstandigheden van het geval aanleiding dienen te zijn af te wijken van de regel dat er een minimaal leeftijdsverschil dient te zijn. Ook dit onderdeel kan niet tot cassatie leiden. Uit hetgeen is vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal Moltmaker onder 2.2.1 - 2.2.4 blijkt dat de wetgever in het belang van het kind te dezer zake een duidelijke keuze heeft gemaakt om te voorkomen dat er een te klein (of te groot) verschil in leeftijd tussen de verzoeker tot adoptie en het kind bestaat. Aan de rechter komt niet de vrijheid toe daarvan af te wijken op grond van de omstandigheden van het geval. De beslissing van het Hof is dus juist.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president H.L.J. Roelvink als voorzitter en de raads-heren W.H. Heemskerk, R. Herrmann, C.H.M. Jansen en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.H. Heemskerk op 30 juni 2000.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2000:AA6339 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHARL:2026:1770 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 24 maart 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2026:570 Rechtbank Amsterdam, 15 januari 2026 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2025:8897 Rechtbank Oost-Brabant, 10 november 2025 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHARL:2025:6223 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 9 oktober 2025 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBZWB:2024:4314 Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20 juni 2024 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5521 Rechtbank Den Haag, 17 april 2024 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5523 Rechtbank Den Haag, 17 april 2024 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:6847 Rechtbank Den Haag, 28 maart 2024 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3175 Rechtbank Den Haag, 15 februari 2024 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2024:1161 Rechtbank Overijssel, 30 januari 2024 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:3058 Rechtbank Den Haag, 17 januari 2024 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2023:5288 Rechtbank Noord-Nederland, 9 november 2023 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2023:5557 Rechtbank Oost-Brabant, 1 november 2023 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:21269 Rechtbank Den Haag, 3 oktober 2023 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2023:5556 Rechtbank Amsterdam, 20 juli 2023 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:9586 Rechtbank Den Haag, 11 juli 2023 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBAMS:2023:9086 Rechtbank Amsterdam, 20 juni 2023 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2023:1107 Gerechtshof Den Haag, 24 mei 2023 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2022:2170 Gerechtshof Den Haag, 26 oktober 2022 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:15119 Rechtbank Den Haag, 14 december 2021 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2021:5005 Rechtbank Overijssel, 8 december 2021 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2021:1959 Gerechtshof Den Haag, 17 maart 2021 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:GHARL:2020:716 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 januari 2020 (personen- en familierecht)
- ECLI:NL:PHR:2000:AA6339 Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2000 (personen- en familierecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.