Uitspraak · Belastingrecht
Hoge Raad, 21 juni 2000
ECLI:NL:HR:2000:AA6253Zaaknummer 33816
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 21 juni 2000
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 33816
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Belastingrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
-
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 21 juni 2000 vastgesteld door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren G.J. Zuurmond, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.A. Fase, en op die datum in het openbaar uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Nr. 33816
21 juni 2000
gewezen op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 8 september 1997 betreffende de hem voor het jaar 1996 opgelegde aanslag in de hondenbelasting van de gemeente Hellendoorn.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 een aanslag in de hondenbelasting van de gemeente Hellendoorn (hierna: de gemeente) opgelegd tot een bedrag van f 60,--, welke aanslag op het bezwaar van belanghebbende bij uitspraak van het Hoofd van de hoofdgroep Financiën en Economische Zaken van de gemeente (hierna: het Hoofd) is gehandhaafd.
Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij het Hof, dat de uitspraak van het Hoofd heeft bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente heeft een vertoogschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal Ilsink heeft op 22 december 1999 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Krachtens artikel 4, aanhef en letter h, van de Verordening hondenbelasting 1996 van de gemeente (hierna: de Verordening), wordt geen hondenbelasting geheven “ter zake van honden waarvan de houder woonachtig is in een gebied dat niet gelegen is in de bebouwde kom, overeenkomstig de begrenzing die daaraan gegeven is in het Bestemmingsplan Buitengebied 1995 (...)”. De door het Hof verworpen en in cassatie herhaalde bezwaren van belanghebbende tegen de hem opgelegde aanslag richten zich tegen deze vrijstelling van houders van honden die in het buitengebied van de gemeente wonen.
3.2. Volgens het eerste onderdeel van het middel vormt deze vrijstelling een ongeoorloofde ongelijke behandeling en heeft het Hof dan ook ten onrechte belanghebbendes beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen. De verwerping berust op ‘s Hofs oordeel dat de gemeente een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor het onderscheid in behandeling heeft gegeven, die erop neerkomt dat in de bebouwde kom wel overlast beperkende maatregelen en voorzieningen getroffen zijn (en, naar het Hof kennelijk bedoelt, daarbuiten niet). Volgens belanghebbende miskent het Hof met deze redengeving dat de hondenbelasting een algemene belasting is, waarbij in beginsel alle burgers gelijk moeten worden behandeld, niet een op het zogenaamde profijtbeginsel gebaseerde bestemmingsbelasting.
3.3. Het betoog van belanghebbende kan niet als juist worden aanvaard. Weliswaar is de hondenbelasting in artikel 226 van de Gemeentewet (tekst 1996) inderdaad voorzien als een algemene belasting ten behoeve van de verwerving van inkomsten door de gemeente, zodat een gemeente die deze belasting heft, niet verplicht is de opbrengst ervan alleen aan te wenden voor de bestrijding van kosten die veroorzaakt worden door het houden van honden in de gemeente of verband houden met daarvoor getroffen voorzieningen, noch om het tarief op een en ander af te stemmen. Het staat een gemeente echter vrij om, zoals deze gemeente blijkens de toelichting bij het raadsvoorstel tot invoering van een hondenbelasting heeft gedaan (hetgeen nader is toegelicht in de passages uit het vertoogschrift bij het Hof die zijn weergegeven in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.2), de opzet van de hondenbelasting wel aldus te beperken. Uitgaande van die beperking heeft de gemeente, nu in cassatie vaststaat dat de overlast beperkende maatregelen en voorzieningen alleen in de bebouwde kom zijn getroffen, inderdaad een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor de bestreden vrijstelling gegeven. Het eerste onderdeel faalt dan ook.
3.4. Het tweede onderdeel faalt eveneens. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu het onderdeel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is op 21 juni 2000 vastgesteld door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren G.J. Zuurmond, A.G. Pos, D.H. Beukenhorst en C.B. Bavinck, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.A. Fase, en op die datum in het openbaar uitgesproken.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:2000:AA6253 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHARL:2021:6295 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 29 juni 2021 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:1142 Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2020:1143 Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNNE:2020:1702 Rechtbank Noord-Nederland, 20 april 2020 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2019:2610 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 maart 2019 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2018:4541 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 november 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2018:4157 Rechtbank Rotterdam, 25 mei 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBLIM:2018:1092 Rechtbank Limburg, 5 februari 2018 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2017:2972 Rechtbank Overijssel, 25 juli 2017 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:1183 Parket bij de Hoge Raad, 16 november 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:1176 Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:1177 Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:1178 Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:1179 Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2016:1180 Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2016:4980 Rechtbank Oost-Brabant, 8 september 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2016:6920 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 augustus 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHAMS:2016:2116 Gerechtshof Amsterdam, 31 mei 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2016:3503 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 mei 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2016:2482 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 maart 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHSHE:2016:74 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 15 januari 2016 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2015:9784 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 december 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2015:6337 Rechtbank Oost-Brabant, 2 november 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2015:4845 Rechtbank Overijssel, 30 oktober 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHDHA:2015:2613 Gerechtshof Den Haag, 7 september 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBROT:2015:3496 Rechtbank Rotterdam, 13 maart 2015 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2015:1146 Rechtbank Oost-Brabant, 6 maart 2015 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBNHO:2014:6350 Rechtbank Noord-Holland, 30 juni 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOBR:2014:3147 Rechtbank Oost-Brabant, 12 juni 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2014:2898 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 april 2014 (belastingrecht)
- ECLI:NL:GHARL:2013:9172 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 3 december 2013 (belastingrecht)
- ECLI:NL:RBOVE:2013:2946 Rechtbank Overijssel, 27 november 2013 (belastingrecht)
- ECLI:NL:HR:2013:917 Hoge Raad, 18 oktober 2013 (belastingrecht)
- ECLI:NL:PHR:2000:AA6253 Parket bij de Hoge Raad, 21 juni 2000 (belastingrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.