Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 21 september 1999
ECLI:NL:HR:1999:ZD4372Zaaknummer 112.464 U
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 21 september 1999
- Publicatiedatum
- 15 juli 2024
- Zaaknummer
- 112.464 U
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
-
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Balkema, in bijzijn van de griffier Bakker, en uitgesproken op 21 september 1999.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
21 september 1999
Strafkamer
nr. 112.464 U
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te Zwolle van 24 februari 1999 op een verzoek van de Minister van Justitie van de Duitse deelstaat Hessen tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1968, ten tijde van de bestreden uitspraak verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te Lelystad.
1. De bestreden uitspraak
De Rechtbank heeft de gevraagde uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Bondsrepubliek Duitsland toelaatbaar verklaard ter zake van de in de uitspraak omschreven feiten.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr G. Meijers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Van Dorst heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel behelst de klacht dat van de zitting van de Rechtbank van 10 februari 1999 geen proces- verbaal is opgemaakt.
3.2. De conclusie van het Openbaar Ministerie houdt in dat het proces-verbaal van de zitting van de Rechtbank van 10 februari 1999 door de griffie van de Rechtbank is nagezonden en in copie is verzonden aan de raadsman van de opgeëiste persoon.
3.3. Nu het proces-verbaal van de zitting van de Rechtbank van 10 februari 1999 zich inmiddels bij de stukken bevindt, is aan het middel alsnog de feitelijke grondslag ontvallen.
4. Slotsom
Nu het middel niet tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Balkema, in bijzijn van de griffier Bakker, en uitgesproken op 21 september 1999.
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:1999:18 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.