Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 21 september 1999
ECLI:NL:HR:1999:ZD3525Zaaknummer 110.749
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 21 september 1999
- Publicatiedatum
- 15 mei 2026
- Zaaknummer
- 110.749
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
-
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Corstens en Balkema, in bijzijn van de griffier Bakker, en uitgesproken op 21 september 1999.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
21 september 1999
Strafkamer
nr. 110.749
AB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 8 juni 1998 in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953, wonende te [plaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Haarlem van 3 april 1997 - de verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde "opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, eerste lid onder A, van de Opiumwet gegeven verbod" veroordeeld tot éénentwintig maanden gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
2.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr C.J. van Woerden, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van een na de terechtzitting waarop de conclusie van het Openbaar Ministerie is genomen nog ingekomen brief van de raadsman, gedateerd 4 juni 1999.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Corstens en Balkema, in bijzijn van de griffier Bakker, en uitgesproken op 21 september 1999.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 101a RO
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:1999:29 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:1999:29 Parket bij de Hoge Raad, 1 juni 1999 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.