Uitspraak · Belastingrecht

Hoge Raad, 15 december 1999

ECLI:NL:HR:1999:AA3863Zaaknummer 34170

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 december 1999
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
34170
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

-

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is op 15 december 1999 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Korthals Altes, Zuurmond, Pos en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Fase, en op die datum in het openbaar uitgesproken.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. Aanslag, navorderingsaanslag en geding voor het Hof
  2. 2. Geding in cassatie
  3. 3. Beoordeling van het middel
  4. 4. Proceskosten
  5. 5. Beslissing

Betreft: corrigendum nr. 34.170

15 december 1999

Hierbij deel ik U mede dat op pagina 1 van het arrest van de Derde kamer van de Hoge Raad van heden, nr. 34.170, abusievelijk als datum van de hofuitspraak waartegen het cassatieberoep is gericht, is vermeld 30 januari 1998. Dit moet zijn 28 januari 1998.

Mr drs Chr.Th.P.M. Zandhuis

Wnd. griffier

Nr. 34170

15 december 1999

PdM

gewezen op het beroep in cassatie van X te Z tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem van 30 januari 1998 betreffende de hem opgelegde navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 1991.

1. Aanslag, navorderingsaanslag en geding voor het Hof

Aan belanghebbende is voor het jaar 1991 aanvankelijk een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 66.031,--.

Vervolgens is hem over dat jaar een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen van f 197.566,--, zonder toepassing van verhoging, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

Belanghebbende is van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof.

Het Hof heeft die uitspraak bevestigd. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

2. Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft bij vertoogschrift het cassatieberoep bestreden.

De Advocaat-Generaal Van den Berge heeft op 9 april 1999 geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

3. Beoordeling van het middel

Het geschil voor het Hof betrof een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule. Belanghebbende heeft deze verkocht aan een derde die de polis kort daarop heeft afgekocht. Het oordeel van het Hof komt erop neer dat de verkoop door belanghebbende onder zodanige omstandigheden heeft plaatsgevonden dat de in de polis belichaamde rechten in wezen niet door belanghebbende zijn verkocht, maar door hemzelf zijn afgekocht met behulp van een of meer tussenpersonen, waaronder de beweerde koper. De tegen dit - met feitelijke waarderingen verweven - oordeel gerichte klachten falen op de in onderdeel 5 van de Conclusie van de Advocaat-Generaal vermelde gronden.

4. Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is op 15 december 1999 vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Korthals Altes, Zuurmond, Pos en Beukenhorst, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Fase, en op die datum in het openbaar uitgesproken.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.