Uitspraak · Strafrecht
Hoge Raad, 10 september 1996
ECLI:NL:HR:1996:6Zaaknummer 102.924
- Instantie
- Hoge Raad
- Datum uitspraak
- 10 september 1996
- Publicatiedatum
- 10 september 2026
- Zaaknummer
- 102.924
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Cassatie
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Medeplegen van gekwalificeerde doodslag in juli 1993 in Breda, art. 288 Sr. Verwijzing naar cassatieschriftuur in andere zaak. HR verwerpt beroep.
7. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, in bijzijn van de waarnemend-griffier Van Wijk, en uitgesproken op 10 september 1996.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
10 september 1996
Strafkamer
nr. 102.924
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 11 juli 1995 in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975, wonende te [woonplaats], ten tijde van de bestreden uitspraak gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "[A]" te [plaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Breda van 2 november 1994 - de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 1 primair en 2 telastegelegde en hem voorts ter zake van 1. "medeplegen van: doodslag gevolgd of vergezeld en/of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid te verzekeren" veroordeeld tot tien jaren gevangenisstraf.
2. Het cassatieberoep
2.1. Het beroep - dat zich kennelijk niet richt tegen de gegeven vrijspraken - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.R. Angad-Gaur, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.2. De Hoge Raad heeft kennis genomen van een na de terechtzitting waarop de conclusie van het Openbaar Ministerie is genomen nog binnengekomen schrijven van de raadsman, gedateerd 29 mei 1996.
3. De conclusie van het Openbaar Ministerie
De Advocaat-Generaal Meijers heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
4. Beoordeling van het eerste en het tweede middel
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of van de rechtsontwikkeling.
5. Beoordeling van het derde middel
Het derde middel komt niet voor bespreking in aanmerking. Immers, niet als een middel van cassatie kan worden aangemerkt de loutere vermelding dat het recht is geschonden en/of vormen zijn verzuimd met de enkele verwijzing naar een cassatieschriftuur in een andere zaak "voor zover ten deze toepasselijk".
6. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
7. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president Haak als voorzitter, en de raadsheren Bleichrodt en Van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp, in bijzijn van de waarnemend-griffier Van Wijk, en uitgesproken op 10 september 1996.
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 101a RO
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:PHR:1996:67 http://psi.rechtspraak.nl/conclusie
Aangehaald in
- ECLI:NL:PHR:1996:67 Parket bij de Hoge Raad, 21 mei 1996 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.