Uitspraak · Strafrecht

Hoge Raad, 23 juni 1992

ECLI:NL:HR:1992:AD1701Zaaknummer 91.531

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 juni 1992
Publicatiedatum
15 maart 2022
Zaaknummer
91.531
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Diefstal (art. 310 Sr), mishandeling (art. 300.1 Sr) en huisvredebreuk (art. 138.1 Sr). CAG gaat ambtshalve in op vraag of na overlijden van beledigde partij de in feitelijke aanleg reeds aan hem toegewezen vordering als vermogensbestanddeel van boedel van overledene op diens erfgenamen overgaat. HR: Geen middelen ingediend en geen grond voor ambtshalve vernietiging. Volgt verwerping.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Bronkhorst als voorzitter, en de raadsheren Beekhuis, Keijzer, Govaerts en Koster, in bijzijn van de griffier Sillevis Smitt-Mülder, en uitgesproken op 23 juni 1992.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1. De bestreden einduitspraak
  2. 2. Het cassatieberoep
  3. 3. De conclusie van het Openbaar Ministerie
  4. 4. Beoordeling van de bestreden uitspraak
  5. 5. Beslissing

23 juni 1992

Strafkamer

nr. 91.531

JM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 14 maart 1991 alsmede tegen alle op de terechtzitting van dit Hof gegeven beslissingen in de strafzaak tegen:

[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].

1. De bestreden einduitspraak

Het Hof heeft in hoger beroep — met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Arnhem van 10 mei 1990, voor zover aan 's Hofs oordeel onderworpen, — de verdachte vrijgesproken van het hem bij inleidende dagvaarding onder 5 primair dan wel subsidiair telastegelegde en hem voorts ter zake van 1. en 6. telkens opleverende: "diefstal", 4. "mishandeling" en 5. "in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen" veroordeeld tot drie maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het hof de vordering van de beledigde partij toegewezen in voege als in het arrest vermeld.

2. Het cassatieberoep

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn door of namens deze niet voorgesteld.

3. De conclusie van het Openbaar Ministerie

De Advocaat-Generaal Meijers heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

4. Beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad oordeelt geen grond aanwezig waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd. Derhalve moet het cassatieberoep worden verworpen.

5. Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Bronkhorst als voorzitter, en de raadsheren Beekhuis, Keijzer, Govaerts en Koster, in bijzijn van de griffier Sillevis Smitt-Mülder, en uitgesproken op 23 juni 1992.

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.