Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 november 2025

ECLI:NL:GHSHE:2025:3312Zaaknummer 200.352.623_01

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20 november 2025
Publicatiedatum
26 oktober 2026
Zaaknummer
200.352.623_01
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Het hof acht bewind en mentorschap in het belang van de betrokkene aangewezen. Levenstestament. Artikel 1:431 lid 1 BW. Artikel 1:450 lid 1 BW.

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 december 2024;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. S.P.A. Wensink-Vergunst, E.M.C. Dumoulin en G.M. Goes en is in het openbaar door mr. J.C.E. Ackermans-Wijn uitgesproken op 20 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in eerste aanleg
  2. 2 Het geding in hoger beroep
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 20 november 2025

Zaaknummer: 200.352.623/01

Zaaknummer eerste aanleg: 11360628 TD VERZ 24-1674 en

11360629 TD VERZ 24-1675

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant 1],

wonende te [woonplaats], [gemeente],

en

[appellant 2],

wonende te [woonplaats],

verzoekers in hoger beroep,

hierna gezamenlijk te noemen: de appellanten,

en afzonderlijk aan te duiden respectievelijk als: de broer en [appellant 2],

advocaat: mr. V.J. Nijenhof-van der Donk.

Met betrekking tot:

[betrokkene],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de betrokkene,

advocaat: L.M. van den Dungen.

Als belanghebbenden merkt het hof aan:

Dagelijks Leven Zorg B.V.,

gevestigd te [plaats],

hierna te noemen: Dagelijks Leven Zorg B.V.,

advocaat: L.M. van den Dungen.

Verder Bewind Noord B.V.,

gevestigd te [plaats],

hierna te noemen: de bewindvoerder.

Verder Bewind Zuid B.V.,

gevestigd te [plaats],

hierna te noemen: de mentor.

[zus 1],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: zus [zus 1].

[zus 2],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: zus [zus 2].

Hierna gezamenlijk te noemen: de zussen.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 december 2024, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 13 maart 2025, hebben appellanten verzocht voormelde beschikking – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – te vernietigen en het verzoek tot benoeming van een bewindvoerder en benoeming van een mentor alsnog af te wijzen dan wel indien er een mentor en/of bewindvoerder benoemd dient te worden dit toe te dichten aan een neutrale en onafhankelijke partij.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen bij de griffie op 2 juli 2025, hebben de betrokkene en Dagelijks Leven Zorg B.V. verzocht het verzoek van de appellanten om zelf als bewindvoerder en mentor te worden benoemd af te wijzen en de bestreden beschikking te bekrachtigen. Verder hebben de betrokkene en Dagelijks Leven Zorg B.V. verzocht te bepalen dat de bewindvoerder en mentor hun werkzaamheden jaarlijks rapporteren aan de kantonrechter.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 oktober 2025. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

  • de appellanten, bijgestaan door mr. Nijenhof-van der Donk;
  • mr. Van den Dungen namens de betrokkene en Dagelijks Leven Zorg B.V.;
  • [naam 1], gevolmachtigd namens Verder Bewind Zuid B.V.;
  • zus [zus 1];
  • zus [zus 2].
2.3.1.

Bij e-mailbericht van 8 oktober 2025 heeft mr. Van den Dungen het hof bericht dat de betrokkene niet in staat is om bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn omdat zij mogelijk een CVA heeft gehad.

2.3.2.

Dagelijks Leven Zorg B.V. en Verder Bewind Noord B.V. zijn, zonder nadere berichtgeving, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

  • het V6-formulier met producties namens appellanten, ingekomen bij de griffie op 23 april 2025;
  • de brief namens de bewindvoerder, ingekomen bij de griffie op 16 juni 2025;
  • het V6-formulier met producties namens appellanten, ingekomen bij de griffie op 29 september 2025;
  • een e-mailbericht namens de betrokkene, ingekomen bij de griffie op 3 oktober 2025.
2.4.1.

Op verzoek van het hof heeft het hof na de mondelinge behandeling de volmacht van de mentor ontvangen, ingekomen bij de griffie op 4 november 2025.

3 De beoordeling

De feiten

3.1.

De betrokkene heeft op 17 april 2024 een levenstestament opgesteld. Daarbij is bepaald dat de appellanten de gevolmachtigden zijn van de betrokkene ten aanzien van de vermogensrechtelijke en de niet-vermogensrechtelijke belangen. Alle eerder gemaakte levenstestamenten en de daarin verleende volmachten zijn herroepen. Op 2 september 2024 is een verklaring van levenstestament afgegeven en de vertegenwoordiging door de appellanten van de betrokkene op basis van het levenstestament ingegaan.

3.2.

De betrokkene woont middels een CIZ indicatie met het zorgprofiel VV05 en inmiddels middels een CIZ indicatie met het zorgprofiel VV06 sinds 25 juli 2024 bij Het [verpleeghuis] in [plaats].

3.3.

Bij de bestreden beschikking is, kort gezegd, een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan de betrokkene vanwege haar lichamelijke of geestelijke toestand en een mentorschap ingesteld ten behoeve van de betrokkene. Daarbij zijn de bewindvoerder en de mentor benoemd.

3.4.

Bij beschikking van 24 april 2025 heeft de kantonrechter, voor zover hier relevant, Reeling Bewindvoeders B.V. als mentor ontslagen en Verder Bewind Zuid B.V. benoemd tot mentor. De uitvoerend mentor blijft feitelijk dezelfde persoon.

De standpunten

3.5.

De appellanten voeren samengevat het volgende aan.

Ten onrechte ziet de kantonrechter redenen om af te wijken van het uitgangspunt dat het notarieel levenstestament gevolgd dient te worden. Het levenstestament dient leidend te zijn. De betrokkene was ten tijde van het opstellen van het levenstestament wilsbekwaam. Het levenstestament doet recht aan hoe de feitelijke situatie al geruime tijd was. De appellanten hebben veel voor de betrokkene gedaan en met veel liefde en toewijding voor haar gezorgd. Op dit moment kan de betrokkene haar belangen niet meer behartigen en is ze wilsonbekwaam. Het levenstestament is juist bedoeld om te voorzien in de situatie dat de betrokkene wilsonbekwaam is. De appellanten zijn door het bewind en mentorschap volledig buiten spel gezet. De appellanten maken zich grote zorgen over de betrokkene en willen voor haar zorgen. Juist omdat de betrokkene beïnvloedbaar is, zien zij het hoger beroep als hun plicht. De appellanten hebben geen financieel belang. Zij willen het beste voor de betrokkene. Het raakt de appellanten dat de betrokkene eenzaam is en dat de betrokkene het gevoel heeft dat zij gedumpt is. Er wordt gesproken over een ontvoering, maar de appellanten begrijpen niet hoe dit is ontstaan. De betrokkene wilde dichter bij de appellanten gaan wonen zodat de appellanten haar dagelijks konden bezoeken. Zij hebben hier toen voor gezorgd. De appellanten mogen de betrokkene van de locatiemanager van Dagelijks Leven Zorg B.V. niet meer bezoeken en er is op dit moment helaas geen contact met de betrokkene. De appellanten zijn ervan overtuigd dat de betrokkene wel contact met hen wil. De betrokkene vraagt ook steeds naar de broer. Reden waarom de procedure in hoger beroep moet worden aangehouden om met behulp van een te benoemen bemiddelaar te kijken of contactherstel mogelijk is en wat dit betekent voor het bewind en mentorschap.

Wanneer het hof ondanks het levenstestament bewind en mentorschap alsnog noodzakelijk acht dan zijn de benoemde bewindvoerder en mentor niet de juiste (rechts)personen. Er dient een neutrale bewindvoerder en/of mentor te zijn, welke op geen enkele wijze betrokken is/zijn. Dit is thans niet het geval. De bewindvoerder is voorgedragen door de heer [naam 2] en/of mr. [naam 3] aangezien deze persoon zich naar alle waarschijnlijkheid in hun kringen begeeft. Ook bestaat het vermoeden dat de mentor meermaals is ingeschakeld door Dagelijks Leven Zorg B.V., waardoor mogelijkerwijs een gekleurd beeld is ontstaan.

3.6.

De betrokkene en Dagelijks Leven Zorg B.V. voeren samengevat het volgende aan.

Het verzoek van de appellanten om zelf te worden benoemd als bewindvoerder en mentor dient te worden afgewezen. De benoeming van de bewindvoerder en de mentor door de rechtbank en daarmee dus de bestreden beschikking dient te worden bekrachtigd.

De kantonrechter heeft terecht afgeweken van de in het levenstestament opgenomen volmacht op grond van een ernstige vertrouwensbreuk, de verstoorde familieverhoudingen en het niet naar behoren behartigen van de belangen van de betrokkene. Dit is in lijn met de vaste rechtspraak. De betrokkene wil dat een professionele en onafhankelijke bewindvoerder en mentor wordt benoemd. Ze heeft geen vertrouwen in de appellanten en sinds juli 2024 geen contact meer met hen. De betrokkene ervaart boosheid door het onrecht wat de appellanten haar hebben aangedaan. De betrokkene wil ook in de toekomst geen contact meer met de appellanten. Hoewel een bemiddelaar zou kunnen helpen in het contactherstel, zorgt de aanhouding van de procedure voor te veel spanning bij de betrokkene met alle gevolgen van dien voor haar gezondheid. Het is voor de betrokkene van belang dat er rust komt en dat de betrokkene niet langer in onzekerheid verkeert. Het contact met de huidige bewindvoerder en mentor is goed. Ze handelen in overleg en met respect voor de wensen van de betrokkene. Ook wordt de betrokkene goed verzorgd bij Dagelijks Leven Zorg B.V. De betrokkene heeft nog wel steeds de wens om terug te keren naar [plaats]. Wanneer de betrokkene in het kader van het levenstestament en/of bewind en mentorschap gedwongen wordt tot contact met de appellanten zorgt dat voor een onwerkbare situatie. Het belang van de betrokkene dient centraal te staan en niet het belang van de appellanten.

Ook is het levenstestament op 17 april 2024 niet rechtsgeldig tot stand gekomen. De betrokkene ontkent dat zij zich bewust was dat zij op 17 april 2024 een levenstestament tekende. Zij herinnert zich geen bezoek aan een notaris en stelt dat zij enkel een brief van haar broer moest ondertekenen waarna alles zou zijn geregeld. Indien de betrokkene al bij een notaris is geweest blijkt uit niets dat de notaris zorgvuldig heeft onderzocht of er sprake was van vrije wil en inzicht in de gevolgen van haar verklaring.

Tot slot verzoekt de betrokkene dat de bewindvoerder en de mentor hun werkzaamheden jaarlijks aan de kantonrechter moeten rapporteren.

3.7.

De mentor voert samengevat het volgende aan.

De betrokkene ervaart veel spanning en slaapt slecht vanwege de procedure in hoger beroep. De betrokkene vreest dat het bewind en mentorschap niet meer bij de bewindvoerder en de mentor zullen blijven terwijl ze de mentor en de bewindvoerder vertrouwt. De betrokkene heeft het goed bij Dagelijks Leven Zorg B.V., maar wil wel graag terug naar haar oude omgeving. De betrokkene voelt zich eenzaam en heeft bijna geen contact met haar familieleden. Ze heeft alleen af en toe telefonisch contact met de zussen. De betrokkene wil geen contact met de appellanten. Ook niet in de toekomst. Ze is hier heel stellig in. Dat de appellanten niet mogen komen van de locatiemanager van Dagelijks Leven Zorg B.V. is niet juist. Er heeft een NPO onderzoek plaatsgevonden, maar dat is niet afgerond omdat de betrokkene te emotioneel is. Er is inmiddels sprake van een CIZ indicatie met het zorgprofiel VV06 vastgesteld bij de betrokkene: beschermd wonen met intensieve verzorging en verpleging. Onderzocht wordt of er een passende plek is in de omgeving van [plaats] voor de betrokkene.

3.8.

Zus [zus 2] voert samengevat het volgende aan.

De betrokkene wil niets te maken hebben met de appellanten. Ze wil geen contact meer met hen en vertrouwt hen niet meer. Er is misbruik gemaakt van de kwetsbaarheid van de betrokkene. De betrokkene bevindt zich in een nare situatie. De betrokkene is ontvoerd en in een gesloten instelling geplaatst met demente mensen. Zij heeft alleen een televisie en een aantal kledingstukken gekregen en is op een slechte manier behandeld. De appellanten hebben de betrokkene dit aangedaan en kijken verder niet naar de betrokkene om. De betrokkene heeft veel steun aan de locatiemanager en ze wordt bij Dagelijks Leven Zorg B.V. goed verzorgd.

3.9.

Zus [zus 1] voert samengevat het volgende aan.

De betrokkene wil niets met de appellanten te maken hebben. De betrokkene huilt steeds aan de telefoon en dat komt door de appellanten. Het is schandalig wat de appellanten de betrokkene hebben aangedaan. De appellanten zijn slechts een keer langs geweest bij de betrokkene, waarbij zij de betrokkene bij het raam hebben uitgelachen.

Het wettelijk kader

Bewind en mentorschap

3.10.

Op grond van artikel 1:431 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter, indien een meerderjarige als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, een bewind instellen over één of meer van de goederen die hem als rechthebbende toebehoren of zullen toebehoren.

3.10.1.

Op grond van artikel 1:450 lid 1 BW kan de kantonrechter, indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, een mentorschap instellen.

Het oordeel

3.11.

Het hof overweegt als volgt.

3.11.1.

Niet ter discussie staat dat de betrokkene als gevolg van haar lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is haar belangen te behartigen. Alle belanghebbenden onderschrijven dit.

3.11.2.

De betrokkene heeft op 17 april 2024 een levenstestament opgesteld. In het levenstestament heeft de betrokkene een voorziening getroffen voor het geval zij zelf niet meer in staat is tot een behoorlijke waarneming van haar (vermogensrechtelijke) belangen. De betrokkene heeft in haar levenstestament opgenomen dat de appellanten samen de (vermogensrechtelijke) belangen van de betrokkene dienen te behartigen, indien zij dat zelf niet meer kan.

In de rechtspraak wordt aangenomen dat onder bijzondere omstandigheden voorbij kan worden gegaan aan het levenstestament. Er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die maken dat het levenstestament onvoldoende bescherming biedt of niet in het belang van de betrokkene wordt geacht. In een dergelijke situatie kan een bewind en/of mentorschap aangewezen zijn. Het hof is van oordeel dat hiervan sprake is en licht dit nader toe.

Sinds medio juli 2024 is er geen contact meer tussen de appellanten en de betrokkene. De betrokkene geeft ook herhaaldelijk aan dat ze geen contact meer wil met de appellanten. De appellanten worden daardoor bemoeilijkt in het (goed) kunnen uitoefenen van hun taak als gevolmachtigden. Ook in hoger beroep is gebleken dat er bij de betrokkene sprake is van ernstig wantrouwen en dat de onderlinge familieverhoudingen (nog steeds) ernstig zijn verstoord. De betrokkene vertrouwt de appellanten niet meer en meent dat de appellanten haar onrecht hebben aangedaan. Vanwege de ernstig verstoorde familieverhoudingen verwacht het hof dat sprake zal zijn van voortdurende onrust en onderlinge spanningen tussen de naasten van de betrokkene wanneer de appellanten als haar gevolmachtigden optreden. Dit zorgt voor een onwerkbare situatie en is niet in het belang van de betrokkene, zeker niet gelet op haar geestelijke en lichamelijke toestand. Er is derhalve sprake van bijzondere omstandigheden, die maken dat het hof voorbijgaat aan het levenstestament, nog daargelaten de vraag of het levenstestament rechtsgeldig tot stand gekomen is. Het hof acht bewind en mentorschap in het belang van de betrokkene aangewezen.

3.11.3.

Het hof stelt vast dat ook tussen partijen in geschil is wie er tot bewindvoerder en mentor dient te worden benoemd. De appellanten zijn van mening dat een onpartijdige neutrale onafhankelijke bewindvoerder en mentor, niet zijnde de huidige bewindvoerder en mentor, dienen te worden benoemd. De betrokkene zelf is tevreden over de huidige bewindvoerder en mentor.

Het hof acht onvoldoende onderbouwd dat de huidige mentor en bewindvoerder niet op een professionele wijze hun taak zouden uitvoeren. Gebleken is dat de huidige mentor en de bewindvoerder de belangen van de betrokkene behartigen en dat de samenwerking goed verloopt. De betrokkene is tevreden over de samenwerking en heeft goed contact met zowel de bewindvoerder als de mentor. Het hof heeft geen twijfels over de onpartijdigheid en deskundigheid van de huidige bewindvoerder en mentor. Het hof ziet daarom geen aanleiding om een andere bewindvoerder of mentor te benoemen.

3.11.4.

De betrokkene en Dagelijks Leven Zorg B.V. verzoeken tot slot om te bepalen dat de bewindvoerder en mentor hun werkzaamheden jaarlijks rapporteren aan de kantonrechter. Dit is voor de bewindvoerder een wettelijke verplichting en voor de mentor is dit reeds bepaald in de bestreden beschikking, zodat het verzoek om die reden door het hof worden afgewezen.

3.11.5.

Ten overvloede merkt het hof op dat de mentor wellicht kan onderzoeken of het in het belang van betrokkene is dat het contact tussen de appellanten en de betrokkene in de toekomst wordt hersteld. De betrokkene geeft aan zich eenzaam te voelen en de appellanten zouden graag het contact hersteld willen zien.

3.12.

Op grond van het voorgaande zal het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigen.

4 De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 december 2024;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. S.P.A. Wensink-Vergunst, E.M.C. Dumoulin en G.M. Goes en is in het openbaar door mr. J.C.E. Ackermans-Wijn uitgesproken op 20 november 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.