Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 29 april 2025

ECLI:NL:GHSHE:2025:1213Zaaknummer 200.340.127_01

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29 april 2025
Publicatiedatum
28 juli 2025
Zaaknummer
200.340.127_01
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

niet-ontvankelijk, geen grieven

Het hof:

verklaart Dexia niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep;

veroordeelt Dexia in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] tot aan deze uitspraak begroot op € 349,00 aan griffierecht en op € 607,00 (0,5 punt x tarief II) aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, P.P.M. Rousseau en E.H. Schulten en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 april 2025.

griffier rolraadsheer

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9980129 EL 22-68)
  2. 2 Het geding in hoger beroep
  3. 4 De uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.340.127/01

arrest van 29 april 2025

in de zaak van

Dexia Nederland B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

hierna aan te duiden als Dexia,

advocaat: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,

tegen

1 [geïntimeerde sub 1],

2. [geïntimeerde sub 2] ,beiden wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

hierna aan te duiden als [geïntimeerden],

advocaat: mr. J.B. Maliepaard te Rotterdam,

op het bij exploot van dagvaarding van 27 maart 2024 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 25 januari 2024, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen Dexia als gedaagde in conventie en in het incident, eiseres in reconventie en [geïntimeerden] als eisers in conventie en in het incident, verweerders in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 9980129 EL 22-68)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Dexia heeft bij voormeld exploot [geïntimeerden] opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 3 december 2024, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld.

2.2.

Aan Dexia is een termijn en vervolgens uitstel, ambtshalve peremptoir, verleend voor het nemen van de memorie van grieven.

2.3.

Op de rol van 25 februari 2025 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van Dexia om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan [geïntimeerden] akte van niet-dienen verleend.

3. De beoordeling

3.1.

Dexia heeft tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven aangevoerd. Dit brengt mee dat Dexia niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep. [geïntimeerden] hebben niet verzocht een memorie van eis in incidenteel hoger beroep te mogen nemen (artikel 2.21 LPR).

3.2.

Dexia zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.

4 De uitspraak

Het hof:

verklaart Dexia niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep;

veroordeelt Dexia in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerden] tot aan deze uitspraak begroot op € 349,00 aan griffierecht en op € 607,00 (0,5 punt x tarief II) aan salaris advocaat.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, P.P.M. Rousseau en E.H. Schulten en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 29 april 2025.

griffier rolraadsheer

Samenhangende uitspraken

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.