Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 8 juli 2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:2240Zaaknummer 20-002044-23
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 8 juli 2024
- Publicatiedatum
- 13 november 2024
- Zaaknummer
- 20-002044-23
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Schuldheling.
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. A.C. Bosch, voorzitter,
mr. T. van de Woestijne en mr. S.H.C. Merkx, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,
en op 8 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Parketnummer: 20-002044-23
Uitspraak: 8 juli 2024
VERSTEK (d.n.i.p.)
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch, van 13 juli 2023, in de strafzaak met parketnummer 01-109675-23 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte ter zake
schuldheling
veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis zal bevestigen.
Vonnis waarvan beroep
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis en met de gronden waarop dit berust, onder verbeterde lezing van de tenlastelegging en de bewezenverklaring.
De tenlastelegging luidt na verbeterde lezing als volgt:
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 26 april 2023 en/of 27 april 2023 te Eindhoven, twee telefoons en
een ID kaart, althans (een) goed(eren) heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of
heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/deze goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.
De bewezenverklaring luidt na verbeterde lezing als volgt:
(…) dat verdachte op 27 april 2023 te Eindhoven twee telefoons en een ID-kaart voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van deze goederen redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.
BESLISSING
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. A.C. Bosch, voorzitter,
mr. T. van de Woestijne en mr. S.H.C. Merkx, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. N. van der Velden, griffier,
en op 8 juli 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.