Uitspraak · Burgerlijk procesrecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 19 september 2023

ECLI:NL:GHSHE:2023:2987Zaaknummer 200.328.468_01

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19 september 2023
Publicatiedatum
4 oktober 2023
Zaaknummer
200.328.468_01
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Memorie van grieven niet genomen. Akte van niet-dienen. Appellant niet-ontvankelijk.

Het hof:

verklaart appellant niet ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep;

veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van geïntimeerden op € 5.689,- aan griffierecht en op € 591,50 aan salaris advocaat (1/2 punt liquidatietarief II).

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 september 2023.

griffier rolraadsheer

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/378370 / HA ZA 22-42)
  2. 2 Het geding in hoger beroep
  3. 3 De uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.328.468/01

arrest van 19 september 2023

in de zaak van

[curator], handelend in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. B.A.P. Sijben te Helmond,

tegen

1 Psari B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. L.V. Claassens te Eindhoven,

op het bij exploot van dagvaarding van 22 mei 2023 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 17 mei 2023, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen appellant als eiser in conventie, verweerder in reconventie en geïntimeerden als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/378370 / HA ZA 22-42)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

2.1.

Appellant heeft bij voormeld exploot geïntimeerden opgeroepen om te verschijnen ter openbare terechtzitting van dit hof van 20 juni 2023, waarbij in een nog in te dienen memorie van grieven nadere gronden zullen worden aangevoerd ter onderbouwing van de eis en conclusie zoals in de appeldagvaarding vermeld.

2.2.

Aan appellant is een termijn en vervolgens uitstel verleend voor het nemen van de memorie van grieven.

2.3.

Op de rol van 29 augustus 2023 heeft de rolraadsheer vastgesteld dat het recht van appellant om de memorie van grieven te nemen is vervallen, omdat die proceshandeling niet binnen de daarvoor gestelde termijn is verricht en daarvoor geen nader uitstel is verkregen. De rolraadsheer heeft van dat feit aan de wederpartij akte van niet-dienen verleend.

2.4.

Nu appellant tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven heeft aangevoerd, kan hij in het hoger beroep niet worden ontvangen. Hij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in het door hem ingestelde hoger beroep. Geïntimeerden hebben niet verzocht een memorie van eis in incidenteel hoger beroep te mogen nemen (art. 2.19 LPR).

2.5.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal appellant worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

3 De uitspraak

Het hof:

verklaart appellant niet ontvankelijk in het door hem ingestelde hoger beroep;

veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van geïntimeerden op € 5.689,- aan griffierecht en op € 591,50 aan salaris advocaat (1/2 punt liquidatietarief II).

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 19 september 2023.

griffier rolraadsheer

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.