Uitspraak · Burgerlijk procesrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 april 2023
ECLI:NL:GHSHE:2023:1074Zaaknummer 200.315.788_01
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 4 april 2023
- Publicatiedatum
- 7 april 2023
- Zaaknummer
- 200.315.788_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
advocaat appellante onttrokken, geen grieven, n-o
Het hof:
verklaart appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde tot aan deze uitspraak begroot op € 783,00 aan griffierecht en op € 591,50 (0,5 punt x tarief II) aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 april 2023.
griffier rolraadsheer
Volledige tekst
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.315.788/01
arrest van 4 april 2023
in de zaak van
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
advocaat: mr. R.W.J. Soetekouw te Eindhoven (onttrokken),
tegen
Stichting Woonbedrijf SWS.HHVL,
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. B. Poort te Eindhoven,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 24 januari 2023 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 9831675 CV EXPL 22-2617 gewezen vonnis van 21 juli 2022.
5 De verdere beoordeling
In het tussenarrest van 24 januari 2023 heeft het hof aanleiding gezien deze zaak te verwijzen naar de rol van 7 maart 2023 voor het nemen van een memorie van grieven, ambtshalve peremptoir. Op die rol heeft appellante geen memorie van grieven genomen. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
Nu zich voor appellante geen nieuwe procesvertegenwoordiger heeft gesteld en appellante tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven heeft aangevoerd, is ingevolge artikel 6.4 van het LPR daarmee het recht van appellante om van grieven te dienen vervallen.
Dit brengt mee dat appellante niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Appellante zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.
6 De uitspraak
Het hof:
verklaart appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde tot aan deze uitspraak begroot op € 783,00 aan griffierecht en op € 591,50 (0,5 punt x tarief II) aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 4 april 2023.
griffier rolraadsheer
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.