Uitspraak · Verbintenissenrecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 11 januari 2022

ECLI:NL:GHSHE:2022:30Zaaknummer 200.281.799_01

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
19 januari 2022
Zaaknummer
200.281.799_01
Rechtsgebied
Civiel recht, Ondernemingsrecht, Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

eindarrest na inhoudelijk tussenarrest op 5 oktober 2021

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep,

en opnieuw rechtdoende:

verklaart voor recht dat het besluit van MSB van 12 april 2018 strekkende tot beëindiging van de ledenovereenkomst door MSB met [appellanten] niet op goede gronden is genomen en dat MSB schadeplichtig is jegens [appellanten];

veroordeelt MSB om aan [appellanten] de schade te vergoeden die hij heeft geleden, lijdt en nog zal lijden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

veroordeelt MSB om binnen acht dagen na betekening van dit arrest tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellanten] een schadevergoeding te betalen ter hoogte van € 149.790,- wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn ex artikel 5.4 van de Ledenovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2021;

veroordeelt MSB om binnen acht dagen na betekening van dit arrest tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellanten] een vergoeding van € 288.820,- ex artikel 6 van de Ledenovereenkomst te betalen, dit te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2021;

veroordeelt MSB om aan [appellanten] terug te betalen al hetgeen zij reeds ter uitvoering van het bestreden vonnis onverschuldigd heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip waarop dat bedrag is voldaan;

veroordeelt MSB in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [appellanten] op € 81,- aan dagvaardingskosten, op € 626,- aan griffierecht en op € 1.629,- aan salaris advocaat in eerste aanleg en op € 83,38 aan dagvaardingskosten, op € 5.517,- aan griffierecht en op € 9.702,- aan salaris advocaat voor het hoger beroep en voor wat betreft de nakosten op € 163,- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 248,- vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

en bepaalt dat deze bedragen, met uitzondering van de nakosten binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak en het bedrag van € 163,- binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak dan wel het bedrag van € 248,- vermeerderd met explootkosten binnen veertien dagen na de dag van betekening moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.W. Vermeulen, J.M.H. Schoenmakers en J.M.W. Werker en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 11 januari 2022.

griffier rolraadsheer

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 5 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep
  2. 6 De verdere beoordeling
  3. 7 De uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.281.799/01

arrest van 11 januari 2022

in de zaak van

1 [appellant sub 1] ,wonende te [woonplaats],

2. [Beheer B.V.] ,gevestigd te [vestigingsplaats],

appellanten,

hierna aan te duiden als [appellanten] (in mannelijk enkelvoud),

advocaat: mr. J.A. Houben-Timmermans te Heerlen,

tegen

Coöperatief MSB Atrium-Orbis U.A.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als MSB,

advocaat: mr. K.D. Meersma te Amsterdam,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 5 oktober 2021 in het hoger beroep van het door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, onder zaaknummer C/03/250850/HA ZA 18-279 gewezen vonnis van 4 december 2020 tussen [appellanten] als eisers en MSB als gedaagde.

5 Het verdere verloop van de procedure in hoger beroep

5.1

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • het tussenarrest van 5 oktober 2021 en de daarin genoemde stukken;
  • de akte uitlating;
  • de antwoordakte (na tussenarrest).
5.2.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

6 De verdere beoordeling

6.1.

Bij tussenarrest van 5 oktober 2021 heeft het hof MSB in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de hoogte van de gevorderde goodwillvergoeding. Bij akte heeft MSB aangegeven dat zij de hoogte niet langer betwist. Bij antwoordakte stelt [appellanten] dat de goodwill ad € 288.820,- vermeerderd met de gevorderde rente kan worden toegewezen.

6.2.

Het hof zal de gevorderde goodwillvergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente, gevorderd met ingang van 29 juni 2021 toewijzen.

6.3.

Nu de vorderingen kunnen worden toegewezen en de grieven in zoverre slagen, zal MSB als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van beide instanties worden veroordeeld.

7 De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep,

en opnieuw rechtdoende:

verklaart voor recht dat het besluit van MSB van 12 april 2018 strekkende tot beëindiging van de ledenovereenkomst door MSB met [appellanten] niet op goede gronden is genomen en dat MSB schadeplichtig is jegens [appellanten];

veroordeelt MSB om aan [appellanten] de schade te vergoeden die hij heeft geleden, lijdt en nog zal lijden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

veroordeelt MSB om binnen acht dagen na betekening van dit arrest tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellanten] een schadevergoeding te betalen ter hoogte van € 149.790,- wegens het niet in acht nemen van de opzegtermijn ex artikel 5.4 van de Ledenovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2021;

veroordeelt MSB om binnen acht dagen na betekening van dit arrest tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [appellanten] een vergoeding van € 288.820,- ex artikel 6 van de Ledenovereenkomst te betalen, dit te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 juni 2021;

veroordeelt MSB om aan [appellanten] terug te betalen al hetgeen zij reeds ter uitvoering van het bestreden vonnis onverschuldigd heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip waarop dat bedrag is voldaan;

veroordeelt MSB in de proceskosten van de eerste aanleg en het hoger beroep, en begroot die kosten tot op heden aan de zijde van [appellanten] op € 81,- aan dagvaardingskosten, op € 626,- aan griffierecht en op € 1.629,- aan salaris advocaat in eerste aanleg en op € 83,38 aan dagvaardingskosten, op € 5.517,- aan griffierecht en op € 9.702,- aan salaris advocaat voor het hoger beroep en voor wat betreft de nakosten op € 163,- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 248,- vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van dit arrest is voldaan aan de bij dit arrest uitgesproken veroordelingen en betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;

en bepaalt dat deze bedragen, met uitzondering van de nakosten binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak en het bedrag van € 163,- binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak dan wel het bedrag van € 248,- vermeerderd met explootkosten binnen veertien dagen na de dag van betekening moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. H.A.W. Vermeulen, J.M.H. Schoenmakers en J.M.W. Werker en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 11 januari 2022.

griffier rolraadsheer

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.