Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 24 januari 2020
ECLI:NL:GHSHE:2020:1147Zaaknummer 20-000982-19
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 24 januari 2020
- Publicatiedatum
- 1 april 2020
- Zaaknummer
- 20-000982-19
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door:
mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,
mr. P.M. Frielink en mr. A.C. van der Schans, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mw. M.E. Busser-Roelofse, griffier,
en op 24 januari 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. A.C. van der Schans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Parketnummer: 20-000982-19
Uitspraak: 24 januari 2020
TEGENSPRAAK
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Limburg van 27 maart 2019 in de strafzaak met parketnummer 03-000508-19 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres].
Hoger beroep
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep moet worden verklaard.
Namens verdachte is bepleit dat dat de verdachte ontvankelijk dient te worden verklaard in het hoger beroep. De verdachte heeft ten tijde van de terechtzitting in eerste aanleg de consequenties van het doorgaan met de behandeling zonder bijstand van een advocaat en het doen van afstand van zijn recht om hoger beroep in te stellen, niet kunnen overzien
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
In het proces-verbaal van de politierechter in de rechtbank Limburg van 27 maart 2019 is vermeld dat verdachte en de officier van justitie ter terechtzitting afstand hebben gedaan van hun recht tegen het vonnis hoger beroep in te stellen.
Het hof ziet geen aanknopingspunten in het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg dat verdachte ten tijde van de behandeling de consequenties niet kon overzien. Op grond van het vorenstaande zal het hof verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het tegen het vonnis ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Aldus gewezen door:
mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter,
mr. P.M. Frielink en mr. A.C. van der Schans, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mw. M.E. Busser-Roelofse, griffier,
en op 24 januari 2020 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Mr. A.C. van der Schans is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.