Uitspraak · Civiel recht
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 5 juni 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:2343Zaaknummer 200.187.324_01
- Instantie
- Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Datum uitspraak
- 5 juni 2018
- Publicatiedatum
- 10 juli 2019
- Zaaknummer
- 200.187.324_01
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- 's-Hertogenbosch
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
erfrecht
Het hof:
bepaalt dat schriftelijk pleidooi zal plaatsvinden op de rol van dinsdag 17 juli 2018;
draagt [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] op de aangifte IB over 2013 binnen twee weken na heden aan de wederpartij toe te sturen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, I.B.N. Keizer en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 juni 2018.
griffier rolraadsheer
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
GERECHTSHOF ̓s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.187.324/01
arrest van 5 juni 2018
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
verder: [appellant],
advocaat: mr. G.G.J. van Kooten te Veldhoven,
tegen:
1 [geïntimeerde 1],
wonende te [woonplaats],
2. [geïntimeerde 2],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
verder: [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2],
advocaat: mr. A.B. Noordhof te Eindhoven,
als vervolg op de tussenarresten van dit hof van 4 april 2017, 25 juli 2017, 12 december 2017 en 20 maart 2018 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank
Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer 4324340/rolnummer 15/8257 tussen partijen gewezen vonnis van 26 november 2015.
15 Het verdere verloop van het geding
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenarrest van 20 maart 2018;
- de akte van [appellant] van 3 april 2018;
- de antwoordakte van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] van 1 mei 2018.
Partijen hebben arrest gevraagd.
16 De verdere beoordeling
Bij tussenarrest van 20 maart 2018 heeft het hof de zaak naar de rol verwezen voor akte aan de zijde van appellant met het in dat tussenarrest onder 13.4 vermelde doel. Daarin is vermeld dat het hof aanneemt dat [appellant] schriftelijk pleidooi wenst, maar dat hij niet vermeldt of zijn wederpartij, overeenkomstig het procesreglement, hiermee instemt. Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld hierover uitsluitsel te geven.
Naar aanleiding hiervan heeft [appellant] laten weten dat het gaat om een eenparig verzoek om schriftelijk pleidooi. [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] hebben bij antwoordakte laten weten hiermee in te stemmen. Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor schriftelijk pleidooi.
In het tussenarrest van 20 maart 2018 heeft het hof onder 13.4 tevens vermeld dat [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] bij hun antwoordakte de ontbrekende aangifte IB over 2013 dienen over te leggen. Dit hebben zij, zonder enige toelichting, opnieuw nagelaten. Het hof draagt hen op de ontbrekende aangifte IB over 2013 bij hun pleitnota over te leggen en dit stuk op voorhand, binnen twee weken na dit arrest, aan de wederpartij toe te sturen.
Het hof zal iedere verdere beslissing aanhouden.
17 De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat schriftelijk pleidooi zal plaatsvinden op de rol van dinsdag 17 juli 2018;
draagt [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] op de aangifte IB over 2013 binnen twee weken na heden aan de wederpartij toe te sturen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.A. Meulenbroek, I.B.N. Keizer en M.G.W.M. Stienissen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 5 juni 2018.
griffier rolraadsheer
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:GHSHE:2017:1435 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
- ECLI:NL:GHSHE:2017:3335 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
- ECLI:NL:GHSHE:2017:5483 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
- ECLI:NL:GHSHE:2018:1200 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
- ECLI:NL:GHSHE:2018:3849 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
- ECLI:NL:GHSHE:2019:185 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
- ECLI:NL:GHSHE:2019:1697 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
- ECLI:NL:GHSHE:2019:2370 http://psi.rechtspraak.nl/tussenuitspraak
Aangehaald in
- ECLI:NL:GHSHE:2019:2370 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 9 juli 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:1697 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 7 mei 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHSHE:2019:185 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 22 januari 2019 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHSHE:2018:3849 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 18 september 2018 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHSHE:2018:1200 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20 maart 2018 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHSHE:2017:5483 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12 december 2017 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHSHE:2017:3335 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 25 juli 2017 (civiel recht)
- ECLI:NL:GHSHE:2017:1435 Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 april 2017 (civiel recht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.