Uitspraak · Personen- en familierecht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 30 maart 2017

ECLI:NL:GHSHE:2017:1381Zaaknummer 200.169.695_01

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30 maart 2017
Publicatiedatum
6 november 2019
Zaaknummer
200.169.695_01
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Artt. 1:413 BW en 1:414 BW; verklaring van rechtsvermoeden van overlijden van een vermiste persoon.

Het hof:

verklaart dat met ingang van 13 oktober 1998 een rechtsvermoeden van overlijden bestaat van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] (Algerije), laatstelijk wonende te [woonplaats].

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A.M. Scheij, M.C. Bijleveld-van der Slikke en H.J. Witkamp en is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 5 De beschikking d.d. 22 december 2016
  2. 6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
  3. 7 De verdere beoordeling
  4. 8 De beslissing

GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

Uitspraak: 30 maart 2017

Zaaknummer: 200.169.695/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/01/283785 / FA RK 14-5007

in de zaak in hoger beroep van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

advocaat: mr. E.P.E. van Ekelen.

5 De beschikking d.d. 22 december 2016

Bij die beschikking heeft het hof, voor zover hier van belang, beslist dat het hof zal overgaan tot oproeping van [betrokkene] (hierna: [betrokkene] ), geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] (Algerije), voor de mondelinge behandeling bij het hof op 16 februari 2017 om 9.00 uur ten einde van zijn in leven zijn te doen blijken.

Het hof heeft daarbij onder meer het volgende overwogen:

“3.9. Het hof zal, nu het van oordeel is dat het bestaan van [betrokkene] onzeker is, [betrokkene] oproepen voor de in het dictum bepaalde zitting ten einde van zijn in leven zijn te doen blijken. Het hof zal dit doen door plaatsing van de oproeping voor deze zitting in de Staatscourant, de Telegraaf en (via de Nederlandse ambassade in Marokko) een landelijke Marokkaanse krant. Indien [betrokkene] niet verschijnt, noch iemand voor hem opkomt die behoorlijk van het in leven zijn van [betrokkene] doet blijken, dan zal het hof overgaan tot het verklaren dat er rechtsvermoeden van overlijden van [betrokkene] bestaat.”

6 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

6.1.

De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 16 februari 2017. De zaak is door de deurwaarder in het openbaar uitgeroepen. Er is niemand ter zitting van het hof verschenen.

6.2.

Het hof heeft – in aanvulling op de stukken die ten tijde van de beschikking van 22 december 2016 onderdeel uitmaakten van het dossier – kennisgenomen van de inhoud van:

- de oproep van [betrokkene] voor de zitting op 16 februari 2017 in de Staatscourant van [datum] 2017, de Telegraaf van [datum] 2017 en de Marokkaanse nationale krant Assabah van [datum] 2017.

7 De verdere beoordeling

7.1.

Het hof stelt vast dat bij de mondelinge behandeling bij het hof op 16 februari 2017 [betrokkene] niet is verschenen. Evenmin is er iemand voor hem opgekomen die behoorlijk van het in leven zijn van [betrokkene] heeft doen blijken.

Het hof ziet geen aanleiding [betrokkene] nogmaals op te roepen, dan wel om getuigen te horen of de overlegging van bewijsstukken te gelasten, ten bewijze dat is voldaan aan de vereisten die artikel 1:413 van het BW stelt.

7.2.

Gelet op het bovenstaande zal het hof overgaan tot het verklaren dat er rechtsvermoeden van overlijden van [betrokkene] bestaat.

[betrokkene] zou blijkens de stukken voor het laatst zijn gezien op 12 oktober 1998. Het hof is niet gebleken van voldoende vermoedens dat [betrokkene] na deze datum nog enige tijd in leven was. Gelet hierop zal, conform artikel 1:414 lid 3 BW, de dag volgend op die van de laatste tijding van het leven van [betrokkene] – te weten 13 oktober 1998 – gelden als de dag waarop [betrokkene] wordt vermoed te zijn overleden.

8 De beslissing

Het hof:

verklaart dat met ingang van 13 oktober 1998 een rechtsvermoeden van overlijden bestaat van [betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1964 te [geboorteplaats] (Algerije), laatstelijk wonende te [woonplaats].

Deze beschikking is gegeven door mrs. E.A.M. Scheij, M.C. Bijleveld-van der Slikke en H.J. Witkamp en is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.