Uitspraak · Civiel recht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 13 december 2016

ECLI:NL:GHSHE:2016:5543Zaaknummer 200.190.387_01

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13 december 2016
Publicatiedatum
19 september 2017
Zaaknummer
200.190.387_01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hennepkwekerij. Diefstal van elektriciteit. Totstandkoming van een overeenkomst met de netwerkbeheerder. Aansprakelijkheid onderverhuurder voor vergoeding van door de onderhuurder illegaal afgetapte stroom. Stelplicht en bewijslast ten aanzien van de omvang van de geleden schade. Toerekenbaarheid.

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 27 december 2016 voor akte aan de zijde van [appellante] met het hiervoor in 3.1 vermelde doel, waarna opnieuw een datum voor arrest zal worden bepaald;

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, M.G.W.M. Stienissen en R.J.M. Cremers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 13 december 2016.

griffier rolraadsheer

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 2979860 CV EXPL 14-4596)
  2. 2 Het geding in hoger beroep
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.190.387/01

arrest van 13 december 2016

in de zaak van

[B.V.] B.V., voorheen [Netwerk B.V.] Netwerk B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante,

hierna aan te duiden als [appellante],

advocaat: mr. B. Sommen te Eindhoven,

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde],

niet verschenen.

op het bij exploot van dagvaarding van 18 april 2016 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 4 februari 2016, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, gewezen tussen [appellante] als eiseres en [geïntimeerde] als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 2979860 CV EXPL 14-4596)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding in hoger beroep d.d. 18 april 2016;
  • het tegen [geïntimeerde] verleende verstek.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling

3.1.

Het hof heeft bij het door [appellante] overgelegde procesdossier in eerste aanleg niet de in de dagvaarding van 21 maart 2014 genoemde bijlagen, waaronder de bij het dossier behorende foto’s, aangetroffen. Achter de memorie van grieven bevindt zich een productie achter tabblad 28. Het hof begrijpt daaruit dat zich in het procesdossier van de eerste aanleg nog bijlagen moeten bevinden met de nummers 1 tot en met 27. De zaak zal worden verwezen naar de rol om [appellante] alsnog de gelegenheid te bieden deze stukken, althans een compleet procesdossier in het geding te brengen. Elke verdere beoordeling en beslissing wordt aangehouden.

4 De uitspraak

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 27 december 2016 voor akte aan de zijde van [appellante] met het hiervoor in 3.1 vermelde doel, waarna opnieuw een datum voor arrest zal worden bepaald;

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. O.G.H. Milar, M.G.W.M. Stienissen en R.J.M. Cremers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 13 december 2016.

griffier rolraadsheer

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.