Uitspraak · Civiel recht

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 17 juni 2014

ECLI:NL:GHSHE:2014:1789Zaaknummer HD 200.143.967_01

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17 juni 2014
Publicatiedatum
12 november 2014
Zaaknummer
HD 200.143.967_01
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
's-Hertogenbosch
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Incidentele vordering in hoger beroep om de veroordeling op de voet van artikel 234 Rv alsnog uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Maatstaf.

Het hof:

in het incident:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 15 juli 2014 voor nadere memorie in het incident aan de zijde van Actief Holding met het hiervoor onder rechtsoverweging 3.4 vermelde doel (daarna geen antwoordmemorie aan de zijde van [bedrijf]-GWL);

houdt iedere verdere beslissing aan;

in de hoofdzaak:

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 juni 2014.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het geding in eerste aanleg (zaaknummer C/02/259015/HA ZA 13-59)
  2. 2 Het geding in hoger beroep
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 De beslissing

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.143.967/01

arrest van 17 juni 2014

gewezen in het incident ex artikel 234 Rv in de zaak van

[bedrijf]-GWL Installatietechniek B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

appellante in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

hierna te noemen: [bedrijf]-GWL,

advocaat: mr. J.C.T. Papeveld te Waalwijk,

tegen

Actief Holding B.V., door fusie verkrijgende rechtspersoon

van de verdwenen rechtspersoon [bedrijf] Waalwijk B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

geïntimeerde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

hierna te noemen: Actief Holding,

advocaat: mr. L.N.J.B. van Osch te Tilburg,

op het bij exploot van dagvaarding van 28 februari 2014 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda gewezen vonnissen van 8 mei 2013, 5 februari 2014 en 26 februari 2014 tussen [bedrijf]-GWL als gedaagde en Installatiebedrijf [bedrijf] Waalwijk B.V. ([bedrijf] Waalwijk) als eiseres.

1 Het geding in eerste aanleg (zaaknummer C/02/259015/HA ZA 13-59)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep;

- het exploot van anticipatie van 14 maart 2014;

- de incidentele memorie tot uitvoerbaarverklaring bij voorraad van Actief Holding;

- de memorie van antwoord in het incident ex artikel 234 Rv.

Partijen hebben arrest gevraagd in het incident.

3 De beoordeling

In het incident

3.1.

In het bestreden vonnis van 26 februari 2014 is [bedrijf]-GWL veroordeeld om aan [bedrijf] Waalwijk te betalen een bedrag van € 29.915,81, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 16 mei 2011 tot de dag van volledige betaling en is [bedrijf]-GWL veroordeeld om aan [bedrijf] Waalwijk te betalen een bedrag van € 3.670,99. Tevens is [bedrijf]-GWL in de proceskosten veroordeeld. Het vonnis is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3.2.

De vordering in het incident strekt ertoe dat het hof het vonnis van 26 februari 2014 alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaart, naar het hof begrijpt voor zover het de veroordeling tot betaling van € 29.915,81 met rente en kosten betreft. Actief Holding stelt daartoe dat zij recht en belang heeft om het bestreden vonnis in zoverre te executeren.

3.3.

[bedrijf]-GWL voert gemotiveerd verweer tegen de incidentele vordering. Voor het standpunt van [bedrijf]-GWL verwijst het hof kortheidshalve naar de memorie van antwoord in het incident ex artikel 234 Rv.

3.4.

Actief Holding heeft nog niet op het verweer van [bedrijf]-GWL kunnen reageren. Het hof zal Actief Holding hiertoe alsnog in de gelegenheid stellen. Van [bedrijf]-GWL wordt daarna geen reactie meer verwacht.

3.5.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

In de hoofdzaak

3.6.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

Het hof:

in het incident:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 15 juli 2014 voor nadere memorie in het incident aan de zijde van Actief Holding met het hiervoor onder rechtsoverweging 3.4 vermelde doel (daarna geen antwoordmemorie aan de zijde van [bedrijf]-GWL);

houdt iedere verdere beslissing aan;

in de hoofdzaak:

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, C.N.M. Antens en M.G.W.M. Stienissen en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 17 juni 2014.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Samenhangende uitspraken

Aangehaald in

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.