Uitspraak · Personen- en familierecht
Gerechtshof 's-Gravenhage, 20 augustus 2003
ECLI:NL:GHSGR:2003:AI1357Zaaknummer 454-R-03
- Instantie
- Gerechtshof 's-Gravenhage
- Datum uitspraak
- 20 augustus 2003
- Publicatiedatum
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- 454-R-03
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Hoger beroep om band tussen echtscheiding en nevenvoorzieningen te bewaren alleen ontvankelijk wanneer bijzondere omstandigheden worden gesteld.
Het hof:
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep ten aanzien van de echtscheiding;
houdt verder iedere beslissing aan;
bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum, waarvoor partijen nog een afzonderlijke oproep zullen ontvangen.
Deze beschikking is gegeven door mrs. De Bruijn-Lückers, Van den Wildenberg en Gerretsen-Visser, bijge-staan door mr. Visser als griffier, en uitgespro-ken ter openbare terecht-zitting van 20 augustus 2003.
Volledige tekst
Uitspraak: 20 augustus 2003
Rekestnummer: 454-R-03
Rekestnr. rechtbank: F2 RK 02-1331
GERECHTSHOF TE 'S-GRAVENHAGE
FAMILIEKAMER
B e s c h i k k i n g
in de zaak van
[appellant],
wonende te Krimpen aan den IJssel,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de vrouw,
procureur mr. J. Dongelmans,
tegen
[verweerder],
wonende te Krimpen aan den IJssel,
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de man,
procureur mr. J.Ph. van den Born.
PROCESVERLOOP
De vrouw is op 6 juni 2003 in hoger beroep gekomen van een beschik-king van de rechtbank te Rotterdam van 21 maart 2003.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
Van de zijde van de vrouw zijn bij het hof op 19 juni 2003 en 3 juli 2003 aanvullende stukken ingekomen.
Op 20 augustus 2003 is de zaak mondeling behandeld. Verschenen zijn: namens de vrouw haar procureur en namens de man zijn procureur. De vrouw en de man zijn, hoewel daar-toe behoor-lijk opge-roepen, niet versche-nen.
DE ONTVANKELIJKHEID VAN HET HOGER BEROEP
1. De vrouw heeft onder meer verzocht de beschikking waarvan beroep te vernietigen voor wat betreft de uitgesproken echtscheiding.
2. Het hof is van oordeel dat indien eenmaal door de eerste rechter de echtscheiding is uitgesproken, het hoger beroep slechts op grond van door de echtgenoot die het instelt aan te voeren bijzondere omstandigheden kan worden gebezigd, teneinde te bewerkstelligen dat de band tussen het verzoek tot echtscheiding en de verzochte nevenvoorzieningen wordt hersteld en dat tezelfdertijd wordt beslist op die verzoeken. Door de vrouw zijn geen bijzondere omstandigheden aangevoerd - hetgeen de vrouw heeft aangevoerd over de verdeling is daartoe niet voldoende - zodat het hof de vrouw in dit onderdeel van haar verzoek niet-ontvankelijk zal verklaren, te meer nu de vrouw zelf in eerste aanleg heeft verzocht de echtscheiding uit te spreken.
BESLISSING
Het hof:
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar hoger beroep ten aanzien van de echtscheiding;
houdt verder iedere beslissing aan;
bepaalt dat de behandeling van de zaak zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum, waarvoor partijen nog een afzonderlijke oproep zullen ontvangen.
Deze beschikking is gegeven door mrs. De Bruijn-Lückers, Van den Wildenberg en Gerretsen-Visser, bijge-staan door mr. Visser als griffier, en uitgespro-ken ter openbare terecht-zitting van 20 augustus 2003.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.