Uitspraak · Civiel recht
Gerechtshof Leeuwarden, 10 november 2009
ECLI:NL:GHLEE:2009:BK2870Zaaknummer 107.001.070
- Instantie
- Gerechtshof Leeuwarden
- Datum uitspraak
- 10 november 2009
- Publicatiedatum
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 107.001.070
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
vordering uit rekening-courant. Bewijskracht basisadministratie m.b.t. opname tegenbewijs.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het tegen het vonnis van 2 maart 2005 ingestelde hoger beroep;
bekrachtigt de vonnissen van 5 oktober 2005 en 22 februari 2006 waarvan beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van Finata Bank tot aan deze uitspraak op € 1.450,= aan verschotten en € 2.316,= aan geliquideerd salaris voor de advocaat.
verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mrs. Knijp, voorzitter, Zandbergen en Janse, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 10 november 2009 in bijzijn van de griffier.
Volledige tekst
Arrest d.d. 10 november 2009
Zaaknummer 107.001.070
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de vierde kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: [appellant],
toevoeging,
advocaat: mr. P.R. van den Elst, kantoorhoudende te Leeuwarden,
tegen
Finata Bank N.V.,
gevestigd te [plaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: Finata Bank,
advocaat: mr. H.P. de Lange, kantoorhoudende te Drachten.
De inhoud van het tussenarrest d.d. 23 december 2008 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
Na het tussenarrest van 23 december 2008 heeft een getuigenverhoor plaatsgehad. Vervolgens heeft [appellant] de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.
De verdere beoordeling
1. Het hof heeft [appellant] in de gelegenheid gesteld tegenbewijs te leveren tegen het voorshands afdoende bewezen te achten feit dat hij opnames heeft gedaan van per saldo omgerekend € 20.313,96, te weten € 16.366,08 (fl. 36.000,=) op 8 februari 1991, € 2.268,90 (fl. 5.000,=) op 29 juli 1991 en € 1.678,98 (fl. 3.700,=) op 4 november 1991. Ingevolge deze bewijsopdracht is uitsluitend [appellant] als getuige gehoord. [appellant] heeft echter niets verklaard dat aan het hiervoor genoemde, voorshands bewezen geachte feit af kan doen. Daarmee staat een en ander thans in rechte vast.
De slotsom.
2. Omdat aldus (naast de grieven II en III) ook grief I op alle onderdelen faalt, dient het vonnis waarvan beroep te worden bekrachtigd, met veroordeling van [appellant] als de in het ongelijk te stellen partij in de kosten van het geding in hoger beroep (tariefgroep III, 2 punten).
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het tegen het vonnis van 2 maart 2005 ingestelde hoger beroep;
bekrachtigt de vonnissen van 5 oktober 2005 en 22 februari 2006 waarvan beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep en begroot die aan de zijde van Finata Bank tot aan deze uitspraak op € 1.450,= aan verschotten en € 2.316,= aan geliquideerd salaris voor de advocaat.
verklaart dit arrest ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mrs. Knijp, voorzitter, Zandbergen en Janse, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 10 november 2009 in bijzijn van de griffier.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.